
De reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) is een grote plant die oorspronkelijk uit de Kaukasus komt. De reuzenberenklauw is een invasieve exoot. Dat betekent dat de soort van nature niet in Nederland voorkomt en schade kan veroorzaken aan natuur en omgeving. De plant is ooit als sierplant naar Europa gehaald. Daarna heeft de plant zich op veel plekken in de natuur verspreid.
De plant kan wel twee tot vier meter hoog worden. Hij heeft grote, diep ingesneden bladeren en een dikke, holle stengel met vaak paarse vlekken en stevige haren. In de zomer bloeit de reuzenberenklauw met grote witte bloemschermen, die soms wel een halve meter breed kunnen worden. Na de bloei vormt de plant veel zaden, waardoor hij zich snel kan verspreiden.

De soort wordt soms verward met de gewone berenklauw. Deze inheemse soort blijft kleiner en heeft meestal geen dikke, paars gevlekte stengel.
Ook engelwortel en fluitenkruid lijken er op afstand soms op. Deze soorten worden echter minder groot en hebben kleinere bloemschermen.
De reuzenberenklauw groeit snel en kan dichte groepen vormen. Daardoor krijgen planten die van nature in Nederland voorkomen minder licht en ruimte om te groeien. Op plekken waar de soort massaal voorkomt, kunnen andere plantensoorten bijna volledig verdwijnen. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Dat betekent dat er minder verschillende planten en dieren voorkomen.
Planten en dieren zijn van elkaar afhankelijk. Wanneer plantensoorten verdwijnen, verliezen insecten, vogels en andere dieren voedsel en leefgebied. Daardoor kan het ecosysteem uit balans raken en worden natuurgebieden minder gezond en minder bestand tegen veranderingen.
De reuzenberenklauw kan daarnaast gevaarlijk zijn voor mensen en dieren. Het sap bevat stoffen die de huid gevoelig maken voor zonlicht. Contact met het sap kan leiden tot rode plekken, jeuk, blaren en brandwondachtige klachten.
De plant komt vaak voor in bermen, langs watergangen, op braakliggende terreinen en aan bosranden. Omdat de plant veel zaden aanmaakt, kan hij zich gemakkelijk verspreiden. De zaden blijven daarnaast ook lange tijd goed in de bodem. Daardoor is één keer verwijderen meestal niet genoeg.
Op dijken en andere hellingen kan de plant ook problemen veroorzaken. Wanneer de begroeiing in de winter afsterft, kan de bodem tijdelijk kaal achterblijven. Dit vergroot de kans op erosie.
Heeft u reuzenberenklauw in uw tuin of op uw terrein? Dan kunt u helpen om verspreiding te voorkomen.
Werk altijd veilig:
Komt er toch sap op uw huid? Was de plek dan direct met water en zeep en houd de huid uit de zon.
Ziet u reuzenberenklauw op een gevaarlijke plek, bijvoorbeeld bij een speeltuin of school? Meld dit dan bij uw gemeente of de terreinbeheerder.
Op locaties waar reuzenberenklauw voorkomt, is vaak beheer nodig om verdere verspreiding te beperken. De provincie Groningen bestrijdt de plant niet overal actief, maar neemt deze voornamelijk mee in het reguliere maaibeheer. Op provinciale gronden vinden jaarlijks drie maairondes plaats: in mei, juni/juli en september/oktober. Door deze maaibeurten wordt de groei van de plant geremd en wordt zaadvorming zoveel mogelijk voorkomen.
Op locaties waar de reuzenberenklauw voor extra overlast of risico's zorgt, bijvoorbeeld langs fietspaden, kunnen aanvullende maatregelen worden genomen. Afhankelijk van de situatie worden planten uitgestoken, wordt de grond plaatselijk afgegraven of wordt een extra maaibeurt uitgevoerd.
De provincie Groningen beheert en onderhoudt alleen de gronden die in eigendom of beheer zijn van de provincie. Andere terreineigenaren, zoals gemeenten, waterschappen en natuurorganisaties, zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer van hun terrein. Op particulier terrein, zoals tuinvijvers, sloten of greppels, is de eigenaar zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van de plant.
De provincie Groningen heeft sinds 1 juli 2026 een subsidieregeling geopend voor vrijwilligers die invasieve exoten willen bestrijden. Als vrijwilligersgroep kunt u subsidie aanvragen voor het verwijderen van bijvoorbeeld reuzenberenklauw in uw buurt. Zo kunnen inwoners, vrijwilligers en beheerders samen helpen om verdere verspreiding te beperken.
Meer informatie is te vinden op de website over invasieve exoten.