Hoofdlijnen JTF-regioplan

Voor de energietransitie zijn grote investeringen nodig in duurzame producten, processen en ketens, onderzoek, innovatie en scholing. Door de snelle afbouw van de gaswinning en de CO2-reductie gaan naar schatting zo’n 20.000 banen in Noord-Nederland verloren. Tegelijkertijd biedt de transitie ook kans op nieuwe banen en op nieuwe economische activiteiten, ook buiten de energiesector. 

Impact energietransitie

De economie in Noord-Nederland is voor een belangrijk deel gebaseerd op de beschikbaarheid van fossiele brand- en grondstoffen. De versnelde stopzetting van gaswinning in combinatie met andere sociaal-economische uitdagingen waar deze gebieden mee te maken hebben, vergroot de impact van de transitie naar een klimaatneutrale economie. Bevolkingskrimp, relatief weinig middelgroot- en grootbedrijf, relatief weinig innoverend mkb, gemiddeld opleidingsniveau, lagere inkomens en de aardbevingsproblematiek vragen om regionale economische ontwikkeling. Het is extra belangrijk dat sectoren, die van groot belang zijn voor de economie en werkgelegenheid, de energietransitie kunnen doormaken. 

Getroffen sectoren door energietransitie

In het JTF-regioplan noemen we de winning, productie en distributie van handel in aardgas, als direct getroffen sectoren. Ook de industrie - met name de procesindustrie - komt aan bod. Er is daarnaast een groot aantal indirect getroffen sectoren. Denk aan alle industriële dienstverleners en toeleveranciers van direct getroffen bedrijven, bedrijven en werknemers die te maken krijgen met veranderde eisen door de energietransitie, en bedrijven die afhankelijk zijn van het besteedbaar inkomen van de beroepsbevolking.

Kansen voor onze JTF-regio

Nieuwe ontwikkelkansen ontstaan zelden zomaar. In Noord-Nederland hebben we een stevig fundament van bestaande competenties. De Research and Innovation Strategy for Smart Specialisation (RIS3) vormt de basis voor de visie en strategie voor de regionale ontwikkeling. 

Transitie-uitdagingen voor onze JTF-regio

Allereerst is het de uitdaging om de huidige economie te transformeren tot een groene, circulaire en concurrerende economie, die bijdraagt aan een gelukkig, gezond en inclusief Noord-Nederland. Specifiek voor de JTF-regio is het de uitdaging om de stuwkracht van de economie te behouden, uit te bouwen en te transformeren. Dit moeten we doen op een manier die de CO2-uitstoot vermindert en de afhankelijkheid van fossiele grond- en brandstoffen verkleint. Een wend- en weerbare beroepsbevolking is hierbij onmisbaar; een beroepsbevolking waarin iedereen 'mee kan komen en mee kan doen'.

Het JTF-regioplan: drie sporen

Om tot een groene, circulaire en concurrerende economie te komen, die bijdraagt aan brede welvaart, moeten we verder kijken dan alleen klimaatneutraliteit. We zetten in op drie sporen:

We zetten in op versterking van de stuwkracht van de regionale economie, door nieuwe economische activiteiten te stimuleren die zorgen voor extra werkgelegenheid. Daarnaast richten we ons op het versterken van de kennisinfrastructuur. Voor innovatietrajecten is een sterke verbinding tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven van belang. Dat geldt ook voor een verbinding van mkb-bedrijven met innovatieprocessen en een betere verbinding van mkb-bedrijven onderling. Deze verbindingen hebben te maken met de kennisinfrastructuur. Aansluiting bij bestaande initiatieven speelt hierin uiteraard een rol.

Denk bij spoor 2 aan het ondersteunen van bedrijven bij het (versneld) terugdringen van fossiele brandstoffen als energiebron, maar ook ondersteuning bij omschakeling naar klimaat neutrale toepassingen en de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardeketens rond hernieuwbare koolstof en duurzame energie. Of de toegankelijkheid tot nieuwe vormen van energie voor alle inwoners. Maatregelen die de lasten en lusten van nieuwe energieoplossingen in balans brengen of de energiearmoede aanpakken, kunnen hier ook onder vallen.

We willen de (potentiële) beroepsbevolking stimuleren tot scholing en een leven lang ontwikkelen. Denk hierbij ook aan het stimuleren van specifieke vormen van werkgelegenheid en sociale innovatie voor diegenen die de aansluiting met de arbeidsmarkt dreigen te verliezen.