Beplantingsvisie

De kaart beplantingsvisie is onderdeel van de visie op beplanting langs provinciale (vaar)wegen voor de provincie Groningen. Zie de (vaar-)wegbeplantingsvisie leidraad voor meer informatie. 

Welke gegevens staan er op de kaart?

Er zijn drie kaartlagen:
•    Wegen
•    Vaarwegen
•    Locaties van de dwarsprofielen/visualisaties

Wat is het doel?

Met de visie op de (vaar)wegbeplanting maken we de betekenis van de (vaar)wegen in het landschap duidelijk en leggen we een streefbeeld vast voor de bermbeplanting. Door de visie in ons werk te vertalen blijven de (vaar)wegbeplantingen bijdragen aan de karakteristieken van het landschap of worden deze weer in ere hersteld.

Welke gegevens worden geregistreerd:

Wegen

Groep

De (vaar)wegen kennen een duidelijke onderlinge samenhang in functie maar verschillen ook van elkaar. De (vaar)wegen in Groningen zijn door hun functie in het routenetwerk te categoriseren in drie groepen die in deze kolom zijn weergegeven.

De drie categorieen zijn:

A.  (Vaar)Wegen die in verbinding staan met de stad. Als begin of eind. Ze vormen radialen met Groningen in het midden;
B.  De grijze (vaar)wegen verbinden de radialen, waardoor een spinnenwebstructuur ontstaat;
C.  (Vaar)Wegen die niet in verbinding staan met de stad maar met de dorpen onderling, als eigen netwerk, los van Groningen.

Bundel

Binnen elke groep in het routenetwerk zijn duidelijke onderlinge verschillen en overeenkomsten waar te nemen in de bestemming en ligging. Dit maakt dat we binnen elke groep verschillende (vaar)wegen van elkaar kunnen onderscheiden en bundelen. Binnen elke ‘bundel’ heeft de weg dezelfde bestemming en/of vormt deze een belangrijke ontsluiting van een specifiek gebied. Een bestemming kan bijvoorbeeld een stad als Delfzijl zijn, maar ook een specifiek gebied als het ‘hoge noorden’ of ‘Duitsland’.

Wegnummer

Nummer van de weg overgenomen uit het Nationaal Databestand Wegen indien beschikbaar.

Segmentnummer

Deel van de weg waarop dezelfde uitgangspunten van toepassing zijn.

Van Naar

Begin en einde van de weg

Type

Classificatie van de weg

ONW_TeBehoudenOntwerp

Of er een ontwerp is gemaakt van het beplantingsbeeld van de weg dat behouden moet blijven. Indien dit het geval is, is dit leidend voor de volgende kolommen.

Beplantingsbeeld Stap 1

Stap 1. Autonoom of volgend
In deze stap is bepaald of de (vaar)weg de historische- of natuurlijke lijnen van het landschap moet volgen (Volgend), of dat een (vaar)weg deze lijnen moet negeren (autonoom). Bij een (vaar)weg die volgend is, is het belangrijk dat de weg in harmonie is met de omgeving/het gewenste landschapstype. Bij een (vaar)weg die autonoom is mag deze een eigen ontwerp hebben, die contrasteert met zijn omgeving.

Beplantingsbeeld Stap 2

Stap 2. Monotoon (ook ritme) of divers
In deze stap wordt bepaald of een (vaar)weg een monotoon (éénvormig) karakter krijgt of dat de (vaar)weg zich kenmerkt door diversiteit. Bij de keuze voor een monotoon karakter speelt éénvormigheid in openheid, plantsoort, leeftijd en/of plantafstanden.

Beplantingsbeeld Stap 3

Stap 3. Kaal, open, gesloten of afwisselend
In deze stap wordt bepaald of een (vaar)weg beplant of onbeplant moet zijn. Bij de keuze voor ‘kaal’ zijn opgaande beplantingen niet gewenst. Bij de keuze voor ‘open’ is de weg grotendeels onbeplant, maar kan op bijzondere (bijvoorbeeld historische) punten specifieke beplanting gewenst zijn. Bij de keuze voor ‘afwisselend’ kan de (vaar)weg zich kenmerken door een afwisseling van open en gesloten delen, maar ook sterke verschillen in leeftijd en plantsoort kennen. Gesloten houdt in dat de wegberm is beplant met houtige gewassen. Een bomenrij valt ook onder gesloten.

Streefbeeld

Het uiteindelijke beplantingsbeeld is een bundeling van drie trefwoorden, bijv. ‘Volgend - monotoon - open’.  In de kolom Link_Visualisatie is hier een uitwerking van gemaakt in een streefbeeld en principeprofiel.

Streefbeeld Toelichting

Toelichting op het streefbeeld.

Assortiment

In de meeste gevallen worden in deze kolom uitspraken gedaan over het de samenstelling van het assortiment aan beplanting. Dit niet op soortniveau maar op eigenschappen van de beplanting.

ECO_Doelsoorten

In deze kolom is opgenomen of ter plekke van het segment bijzonderheden op het gebied van ecologie voorkomen, zoals valwild en akker- en weidevogels.

ECO_Maatregelen

In enkele gevallen zijn maatregelen opgenomen t.b.v. eerder genoemde doelsoorten.

ECO_Toelichting

Een toelichting op de kolom ECO_Doelsoorten en ECO_Maatregelen.

 

Vaarwegen

Groep

De (vaar)wegen kennen een duidelijke onderlinge samenhang in functie maar verschillen ook van elkaar. De (vaar)wegen in Groningen zijn door hun functie in het routenetwerk te categoriseren in drie groepen die in deze kolom zijn weergegeven.

De drie categorieen zijn:

A.  (Vaar)Wegen die in verbinding staan met de stad. Als begin of eind. Ze vormen radialen met Groningen in het midden;
B.  De grijze (vaar)wegen verbinden de radialen, waardoor een spinnenwebstructuur ontstaat;
C.  (Vaar)Wegen die niet in verbinding staan met de stad maar met de dorpen onderling, als eigen netwerk, los van Groningen.

Bundel

Binnen elke groep in het routenetwerk zijn duidelijke onderlinge verschillen en overeenkomsten waar te nemen in de bestemming en ligging. Dit maakt dat we binnen elke groep verschillende (vaar)wegen van elkaar kunnen onderscheiden en bundelen. Binnen elke ‘bundel’ heeft de weg dezelfde bestemming en/of vormt deze een belangrijke ontsluiting van een specifiek gebied. Een bestemming kan bijvoorbeeld een stad als Delfzijl zijn, maar ook een specifiek gebied als het ‘hoge noorden’ of ‘Duitsland’.

Naam

Naam van de vaarweg.

Segmentnummer

Deel van de vaarweg waarop dezelfde uitgangspunten van toepassing zijn

Van Naar

Begin en einde van de weg

Klasse

Classificatie van de vaarweg.

Oorsprong

Hier is vermeld of de oorsprong van de vaarweg natuurlijk is of cultuurlijk. Ontstaan of door mensen aangelegd / aangepast.

Beplantingsbeeld Stap 1

Stap 1. Autonoom of volgend
In deze stap is bepaald of de (vaar)weg de historische- of natuurlijke lijnen van het landschap moet volgen (Volgend), of dat een (vaar)weg deze lijnen moet negeren (autonoom). Bij een (vaar)weg die volgend is, is het belangrijk dat de weg in harmonie is met de omgeving/het gewenste landschapstype. Bij een (vaar)weg die autonoom is mag deze een eigen ontwerp hebben, die contrasteert met zijn omgeving.

Beplantingsbeeld Stap 2

Stap 2. Monotoon (ook ritme) of divers
In deze stap wordt bepaald of een (vaar)weg een monotoon (éénvormig) karakter krijgt of dat de (vaar)weg zich kenmerkt door diversiteit. Bij de keuze voor een monotoon karakter speelt éénvormigheid in openheid, plantsoort, leeftijd en/of plantafstanden.

Beplantingsbeeld Stap 3

Stap 3. Kaal, open, gesloten of afwisselend
In deze stap wordt bepaald of een (vaar)weg beplant of onbeplant moet zijn. Bij de keuze voor ‘kaal’ zijn opgaande beplantingen niet gewenst. Bij de keuze voor ‘open’ is de weg grotendeels onbeplant, maar kan op bijzondere (bijvoorbeeld historische) punten specifieke beplanting gewenst zijn. Bij de keuze voor ‘afwisselend’ kan de (vaar)weg zich kenmerken door een afwisseling van open en gesloten delen, maar ook sterke verschillen in leeftijd en plantsoort kennen. Gesloten houdt in dat de wegberm is beplant met houtige gewassen. Een bomenrij valt ook onder gesloten.

Streefbeeld

Het uiteindelijke beplantingsbeeld is een bundeling van drie trefwoorden, bijv. ‘Volgend - monotoon - open’.  In de kolom Link_Visualisatie is hier een uitwerking van gemaakt in een streefbeeld en principeprofiel.

Streefbeeld Toelichting

Toelichting op het streefbeeld.

Bijzonderheden

Eventuele bijzonderheden zoals wilduittredeplaatsen en sluizen.