Het nieuwe tijdelijke gedoogbeleid is gerichter en effectiever dan het eerdere beleid. Bij het isoleren van particuliere woningen wordt voortaan verplicht gebruikgemaakt van de eDNA‑methode. Daarmee kan snel en zonder verstoring worden vastgesteld of er vleermuizen aanwezig zijn en om welke soort het gaat.
Isoleren van spouwmuren bij gangbare soorten onder voorwaarden toegestaan
Wanneer het gaat om de gewone of ruige dwergvleermuis wordt isoleren, in afwijking van het landelijke beleid, onder voorwaarden toegestaan. Deze soorten kunnen zich beter aanpassen dan andere vleermuissoorten. Voor zowel de gewone als de ruige dwergvleermuis zijn bewezen effectieve maatregelen te treffen voor alternatieve verblijfplaatsen in bijvoorbeeld de bestaande spouw of via een inbouwgevelkast. Met passende maatregelen kan daarom tijdens de looptijd van het gedoogbeleid veilig worden geïsoleerd, zonder dat de staat van instandhouding in gevaar komt.
Onderzoek via vaste methode
Na onderzoek volgens de eDNA-methode zijn er drie mogelijke uitkomsten:
- Als er geen vleermuizen worden gevonden, plaatst het isolatiebedrijf altijd een nieuwe verblijfplaats als vervanging.
- Als er gewone of ruige dwergvleermuizen worden gevonden, mag het isoleren doorgaan. Het isolatiebedrijf moet dan zorgen dat vleermuizen de woning kunnen verlaten voor de start van de werkzaamheden, zorgen voor een alternatieve verblijfplaats en werken buiten kraam- en winterperioden.
- Als er een bijzondere soort aanwezig is, zoals de meervleermuis of laatvlieger, is maatwerk nodig. In dat geval wordt isolatie uitgesteld totdat gemeenten hiervoor een werkwijze hebben opgenomen in zogenaamde Soortenmanagementplannen (SMP).
Tussentijdse oplossing
Om kwetsbare soorten voor de lange termijn goed te beschermen is breed ecologisch onderzoek nodig en een pakket met compenserende maatregelen. Daarom werken gemeenten aan Soortenmanagementplannen. Dit zijn plannen waarmee zij een omgevingsvergunning kunnen aanvragen, op basis waarvan bewoners kunnen isoleren zonder dat dit schadelijk is voor beschermde soorten. Het gedoogbeleid geldt tot aan het moment dat de vergunning is verleend. De verwachting is dat de gemeenten eind 2027 het vergunningstraject hebben doorlopen.
Wat betekent dit voor woningeigenaren?
- Het eDNA-onderzoek en eventueel aanvullend natuurvrij maken van de woning is noodzakelijk voordat de spouwmuur van de woning geïsoleerd mag worden.
- Isolatiebedrijven kunnen wanneer ze gecertificeerd zijn zelf het eDNA-onderzoek uitvoeren of anders een bedrijf inhuren dat dit voor ze kan doen. Op deze website staan alle bedrijven die gecertificeerd zijn voor het afnemen van een eDNA-test.
- De kosten van het eDNA-onderzoek en eventueel aanvullend natuurvrij maken zullen voor 50% of 100% worden vergoed onder voorwaarden van de subsidieregeling van Nij Begun.
- De kosten voor het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen worden voor 50% of 100% vergoed onder voorwaarden van de subsidieregeling van Nij Begun.
Isolatieopgave versnellen, kwetsbare soorten beter beschermen
Het nieuwe gedoogbeleid moet bijdragen aan een effectieve isolatieaanpak van woningen in Groningen en Noord-Drenthe. De isolatieaanpak van Nij Begun is een speciaal programma in Groningen en Noord-Drenthe om woningeigenaren te helpen hun huis vóór juni 2035 te isoleren en ventileren. Tegelijkertijd moet het nieuwe beleid kwetsbare vleermuissoorten beter beschermen.
