
Het Zuidelijk Westerkwartier staat bekend om zijn coulisselandschap. Houtwallen (wallen begroeid met bomen en struiken) zorgen ervoor dat je het achterliggende landschap, zoals weilanden en bossen, ziet verdwijnen en even later weer ziet verschijnen – alsof het een toneel met coulissen (toneelgordijnen) is.
De vorm van de langgerekte wegdorpen, ook wel lintbebouwing genoemd, heeft veel te maken met die houtwallen. De lintbebouwing bestaat onder andere uit middeleeuwse steenhuizen, borgen, kerken en boerderijen.
De lintbebouwing in het Zuidelijk Westerkwartier is ook zo gevormd door de zogenaamde ‘veenontginningen’ (het afgraven van het veen). Lang geleden bestond het gebied uit grote stukken moeras. Dat moeras werd ontgonnen: in de middeleeuwen al op kleine schaal, daarna werden de afgravingen steeds groter. In lijn met de afgravingen werden wegen aangelegd en kanalen gegraven om turf te kunnen vervoeren. Dit zie je bijvoorbeeld nog duidelijk aan de turfvaarten, de kanalen die werden gebruikt om turf te vervoeren, in het gebied.