
De naam zegt het al: dit gebied bestaat eigenlijk uit twee landschappen. Het Wierdenland is het oude land. Wierden zijn door mensen verhoogde heuveltjes waardoor de inwoners van het Groninger kustgebied vroeger droge voeten wisten te houden. Als verhoogde eilandjes liggen ze in een verder open landbouwgebied, vaak met een typische bebouwing en een middeleeuwse kerk op het hoogste punt. In de middeleeuwen werden onregelmatige kavels (stukken grond) gevormd en rondom de wierden liggen kronkelende watertjes die met elkaar verbonden zijn.
Ten noorden van het Wierdenland, direct aan de Waddenkust, ligt een ander landschap: een dijklandschap. Dit is, in vergelijking met het Wierdenland, nieuw land, dat de afgelopen eeuwen is drooggelegd. Hier vind je grote, open polders waar dijken en rechte wegen doorheen lopen, met hier en daar grote boerderijen en dijkdorpen.
Toch zijn het Wierdenland en de Waddenkust maar moeilijk los van elkaar te zien. Samen zijn ze het spiegelbeeld van een meer dan tweeduizend jaar oude geschiedenis tussen mens, land en zee. Zowel de wierden van het Wierdenland en de polders van de Waddenkust laten een uniek cultuurlandschap zien: een landschap dat onder invloed van de mens is gevormd.