
Water heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van het landschap van Westerwolde. Tot op de dag van vandaag vormen riviertjes zoals de Ruiten Aa en de Westerwoldse Aa de basis van het landschap van het gebied. Rondom die riviertjes is lang geleden een beekdallandschap ontstaan, met laaggelegen gebieden aan beide zijden van het water en daaromheen hogere zandgronden. Er groeiden verschillende soorten bos: broekbossen op de natte grond en loofbossen op de zandgronden. Westerwolde was ooit eigenlijk één groot oerbos en nog steeds is Westerwolde het meest gebied met het meeste bos van Groningen.
Vroeger was Westerwolde onderdeel van het Bourtangermoeras: een groot en geïsoleerd veengebied tussen de Hondsrug en de Eems. Dit moeras was ook een natuurlijke grens met Duitsland, wat je nog steeds duidelijk kunt zien aan de leidijken (lage dijken) en schansen (bouwwerken om te verdedigen) in het gebied. Dwars door dat veengebied ontstonden zandruggen, ook wel tangen genoemd, die werkten als handelsroutes. Op deze hogere zandgronden konden mensen gaan wonen. Zo heeft zich het huidige landschap gevormd, met houtwallen, esdorpen, esgehuchten en slingerende weggetjes in en om het beekdal. Daaromheen vind je een veel opener landschap, dat door de latere ontginning (afgraving) van het moeras is ontstaan.