Veenkoloniën

Het herkenbare landschap van de Veenkoloniën spreekt veel mensen aan. Het is een jong landschap van rechte lijnen, dat eigenlijk pas in de zeventiende en achttiende eeuw is gevormd. Daarvóór was het een moeras, waar je bijna niet doorheen kon gaan. Doordat er grote vraag naar turf was en mensen nieuwe landbouwgrond nodig hadden, werden er in de zeventiende eeuw compagnieën (groepen van handelaars) opgericht die ervoor zorgden dat het hele moeras ontgonnen (afgegraven) werd. De veenafgravingen zorgden voor een compleet nieuw landschap. Het veen verdween, het land dat daaronder lag veranderde in akkerbouwgrond en er vormde zich een geheel van kaarsrechte kanalen en wijken. Er werden wegen aangelegd en langs het water vormden zich langgerekte lintdorpen.

Deze lintdorpen bestaan onder andere uit grote Oldambtster boerderijen met hier en daar een arbeiderswoning van het typisch Veenkoloniale ‘krimpjestype’. Aan de achterkant van die lintdorpen strekt zich een groot, open landschap uit. Overal in de Veenkoloniën maken de kanalen, wegen, lintdorpen, bruggen, sluizen, watertorens en aardappelvelden waar soms geen einde aan lijkt te komen de geschiedenis van de vervening duidelijk zichtbaar.