De provincie Groningen is opgelucht over het feit dat het Rijk blijft investeren in de bereikbaarheid van Noord-Nederland. Tegelijkertijd benadrukt de provincie dat ook in de toekomst extra investeringen nodig blijven om grote maatschappelijke opgaven mogelijk te maken.
Gedeputeerde Erik Jan Bennema reageert op de bekendmaking van het nieuws door minister Karremans vandaag. “Het kon minder. Naast beheer en onderhoud blijft het Rijk ook investeren in vernieuwing. Dat is belangrijk voor de bereikbaarheid van Groningen en Noord-Nederland. Tegelijkertijd zien we dat opgaven als woningbouw, economische ontwikkeling, bereikbaarheid van voorzieningen en defensie vragen om blijvende investeringen in onze infrastructuur. Daarom blijven wij ons inzetten voor alle projecten die nodig zijn om Noord-Nederland ook in de toekomst goed bereikbaar te houden.”
Belangrijke projecten blijven in beeld
Voor Noord-Nederland blijven belangrijke projecten uit het Deltaplan voor het Noorden overeind. Zo blijft er geld beschikbaar voor de aanpak van het spoorknooppunt Meppel, een belangrijke schakel voor de betrouwbaarheid en capaciteit van het spoorverkeer van en naar het Noorden. Ook de Nedersaksenlijn gaat door. Daarmee houdt het Rijk vast aan eerdere afspraken met de regio over de aanleg van deze verbinding tussen Groningen en Twente.
Daarnaast wordt een zware adviescommissie ingesteld om de mogelijkheden voor de Lelylijn verder te onderzoeken. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar financieringsmogelijkheden. De provincie ziet dat als een kans om niet alleen de Lelylijn, maar ook andere grote infrastructurele projecten verder te brengen.
Zorgen over de N33
Hoewel er geen Groningse projecten zijn geschrapt, zijn niet alle ontwikkelingen positief. De provincie maakt zich zorgen over de plannen van de verdubbeling van de N33 tussen Appingedam en de Eemshaven. Voor dit traject wordt de verkenning nog afgerond, maar verdere stappen blijven vooralsnog uit en dat is teleurstellend. Voor het traject Zuidbroek-Appingedam van de N33 gaat de verdubbeling wel door.
De provincie blijft met het Rijk in gesprek over de N33. Daarbij wordt ook gekeken naar de toenemende strategische betekenis van de Eemshaven en de rol die de wegverbinding kan spelen voor defensie en economische ontwikkeling.
Lelylijn blijft in beeld
Ook voor de Lelylijn ziet de provincie perspectief. Het kabinet heeft aangekondigd een onafhankelijke commissie onder leiding van Klaas Knot in te stellen. Deze commissie gaat het komende jaar onderzoek doen naar de ruimtelijke en economische betekenis van de Lelylijn en naar alternatieve mogelijkheden om de aanleg te financieren.
De provincie Groningen en de andere partners in de Stuurgroep Lelylijn zien dat als een belangrijke volgende stap. Volgens de stuurgroep laat het kabinet daarmee zien bereid te zijn verder te kijken dan de bestaande financieringsmogelijkheden. De regio heeft er vertrouwen in dat het onderzoek kan leiden tot concrete voorstellen waarmee een besluit over de aanleg van de Lelylijn dichterbij komt.
René Paas, voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn, spreekt van “een tussenstap, maar ook een belangrijke stap vooruit”. Volgens hem is het positief dat het kabinet zich achter de Lelylijn schaart en de mogelijkheden voor financiering verder wil verkennen. De regio blijft zich daarom samen met het Rijk inzetten om de verbinding uiteindelijk te realiseren.
Blijven investeren in de toekomst
Naast de spoorprojecten blijven ook andere investeringen van belang voor Groningen. Zo wordt geïnvesteerd in de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl, een belangrijke verbinding voor goederenvervoer. Ook het onderhoud van bruggen en de zeesluis bij Farmsum wordt opgepakt. Daarnaast blijven eerder gemaakte afspraken over station Suikerzijde en de bijbehorende woningbouwontwikkelingen overeind.
De provincie Groningen blijft zich samen met regionale partners inzetten voor de uitvoering van bestaande afspraken én voor extra investeringen in infrastructuur. Daarbij wordt gekeken naar nieuwe financieringsmogelijkheden via het Rijk, Europa en andere partners.
Volgens de provincie heeft Nederland in het verleden laten zien dat grote infrastructurele projecten mogelijk zijn wanneer overheid en regio samen optrekken. Dat vermogen moet behouden blijven om ook toekomstige generaties goed bereikbaar te houden.