
In de reeks ‘Nieuwe energie voor Groningen’ besteden we steeds aandacht aan één onderdeel van de energietransitie. Deze keer gaat het over warmtenetten. Warmtenetten zijn een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie. Dat betekent dat we stoppen met aardgas om huizen en gebouwen te verwarmen en overstappen op duurzame warmte.
In vijf vragen vertellen we hoe een warmtenet werkt, waarom we dit nodig hebben en welke keuzes we maken in Groningen.
Nederland wil in 2050 helemaal stoppen met het gebruik van aardgas. In onze regio is het doel om in 2035 alle woningen aardgasvrij te kunnen verwarmen. Dat betekent dat huizen goed genoeg geïsoleerd zijn voor een warmtepomp of warmtenet.
Een volledig elektrische warmtepomp is voor veel woningen een goede manier om aardgasvrij en toekomstbestendig te wonen. Sommige woningen kunnen een hybride warmtepomp gebruiken in combinatie met groen gas. Maar er is lang niet genoeg groen gas beschikbaar om alle huizen daarmee te verwarmen. In appartementen, monumenten of dichtbebouwde wijken werkt een warmtepomp niet altijd even goed. Dat kan komen door hoge kosten of doordat er te weinig ruimte is voor de installatie. In zulke wijken kan een warmtenet een beter alternatief zijn.
Twee voorbeelden van warmtenetten in onze provincie zijn WarmteStad in de gemeente Groningen en het warmtenet van Marum in de gemeente Westerkwartier.
Een warmtenet is een gezamenlijk verwarmingssysteem voor een buurt of wijk. De warmte komt van één plek en wordt via ondergrondse buizen naar veel huizen tegelijk gebracht.
In die buizen stroomt warm water. Dat water verwarmt niet rechtstreeks de radiatoren in het huis., maar geeft zijn warmte af via een warmtewisselaar. Daarmee worden vervolgens de radiatoren verwarmd en krijg je warm kraanwater. Als het water is afgekoeld, stroomt het terug naar de bron om opnieuw te worden opgewarmd.
De warmte kan uit verschillende bronnen komen. Bijvoorbeeld uit diepe aardlagen (geothermie) of uit oppervlaktewater zoals kanalen en meren (aquathermie). Ook kan restwarmte uit fabrieken of datacenters worden gebruikt. Deze warmte gaat nu vaak verloren, maar een warmtenet kan die juist goed benutten.
Een warmtenet werkt vooral goed op plekken waar huizen dicht bij elkaar staan. Iedere meter leiding kost namelijk geld. Hoe minder leidingen er per woning nodig zijn, hoe lager de kosten per huis.
Voor een warmtenet zijn eerst betrouwbare warmtebronnen nodig. Dat kan restwarmte zijn uit fabrieken of datacenters, warmte uit de bodem (aardwarmte) of warmte uit water. In de Eemsregio, zoals rond de Eemshaven en Delfzijl, komt veel restwarmte vrij. Deze warmte gaat nu vaak verloren, maar kan goed worden gebruikt om woningen en gebouwen te verwarmen.
Ook is een warmtecentrale nodig. Dit is de plek waar warmte uit verschillende bronnen samenkomt en op de juiste temperatuur wordt gebracht. De warmte moet daarna naar de woningen toe. Dit gebeurt via een netwerk van leidingen onder de grond. Er zijn dikke leidingen die de warmte over lange afstanden vervoeren. Daarna gaat de warmte via kleinere leidingen naar de wijken en straten, tot aan de woningen.
Tot slot is samenwerking belangrijk. Inwoners, gemeenten en het warmtebedrijf moeten samen plannen en afspraken maken voor de aanleg en het gebruik van een warmtenet.
Veel partijen werken samen aan de warmtetransitie. Gemeenten hebben daarin een belangrijke rol. Zij onderzoeken per wijk welke duurzame oplossing voor warmte het beste past. De provincie Groningen ondersteunt met kennis en doet een verkenning naar een regionaal warmtebedrijf. Zo’n bedrijf zou eventueel warmte kunnen inkopen, vervoeren en leveren aan meerdere gemeenten. Een samenwerking zou schaalvoordelen kunnen opleveren en daardoor een warmtenet betaalbaarder maken. In het verlengde hiervan werkt de provincie ook mee aan een verkenning om restwarmte uit de Eemshaven en Delfzijl te benutten als bron voor warmtenetten in Eemsdelta, Groningen en Het Hogeland.
De provincie geeft ook subsidie (met middelen van Nationaal Programma Groningen) om warmtenetten te helpen. Dit heeft al geleid tot nieuwe projecten in de provincie. Een voorbeeld is een subsidie aan de gemeente Midden-Groningen voor een warmtenet in Hoogezand, dat gebruik gaat maken van de restwarmte van kartonfabriek ESKA. Een ander voorbeeld is het zonthermiepark bij Dorkwerd, het grootste zonthermiepark van Nederland. Hier wordt de warmte van de zon opgevangen voor het warmtenet van Groningen. Zo krijgen ongeveer 2.600 huishoudens duurzame warmte in huis, zonder aardgas.
Warmtenetten zijn een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie, vooral op plekken waar veel woningen dicht bij elkaar staan en de vraag naar warmte hoog is. Tegelijk blijft de warmtetransitie een mix van oplossingen, zodat elke wijk of dorp een passende manier krijgt om aardgasvrij te verwarmen.
Een belangrijk doel van de provincie is om te kijken of industriële restwarmte gebruikt kan worden. Vooral in gebieden met grote bedrijven is veel warmte beschikbaar. Door deze warmte in te zetten voor warmtenetten, komt er minder druk op het elektriciteitsnet. Ook is er minder extra energie nodig uit zon en wind.