Werkwijze

Hoe gaat het Groninger Verdienmodel nu in zijn werk? Het proces start bij de agrarische ondernemer die uitbreidingsplannen heeft. Hij of zij meldt zich bij de gemeente, die hem of haar informeert over de procedure. Als de gemeente uitbreiding boven 2 hectare uitsluit, stopt het proces. Als de gemeente uitbreiding boven 2 hectare toestaat, onder voorwaarde dat het GVM toegepast wordt, dan kan het proces starten. 

Procesbegeleider

De gemeente informeert de provincie. De provincie maakt een procesbegeleider vrij. Deze procesbegeleider houdt toezicht op de voortgang van het proces en bewaakt de gemaakte afspraken. De procesbegeleider neemt contact op met de initiatiefnemer, bespreekt de ideeën, het beoogde tijdpad en informeert hem/haar over het GVM. Naast de procesbegeleider kunnen vanuit diverse instanties deskundigen worden betrokken. 

De ondernemer start de planvorming en oriënteert zich op de maatlatten en randvoorwaarden uit het GVM. De gemeente start het keukentafelgesprek als onderdeel van de Maatwerkbenadering.

Wel of niet geslaagd?

Op enig moment kan de GVM-balans worden opgemaakt en meldt de ondernemer zich bij stichting Milieukeur, die een instelling inschakelt om de audit op het bedrijf uit te voeren. Deze komt met een oordeel: wel of niet geslaagd. Met het positieve oordeel gaat de gemeente over tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Vervolgstappen, monitoring en evaluatie

Na 1 juli 2014 moet een aantal onderdelen van het GVM nog verder worden uitgewerkt. De implementatie en uitvoering van het GVM worden nauwlettend in de gaten gehouden. Hierbij gaat het onder meer om de toetsing van de gebruiksfase nadat de staluitbreiding heeft plaatsgevonden.

Aan de Provinciale Staten is toegezegd dat het GVM na een jaar geëvalueerd wordt. Dat is het moment om wijzigingen in het model door te voeren.