Toetsing

Het Groninger Verdienmodel bestaat uit negen maatlatten waarop punten behaald moeten worden en zeven randvoorwaarden waaraan een ondernemer moet voldoen. De maatlatten gaan over de negen thema's ammoniak, dierenwelzijn, diergezondheid, energie, natuur en landschap, omgevingsgerichtheid, kringlopen, grondgebondenheid en kennisontwikkeling. De randvoorwaarden, en de eisen waaraan ze moeten voldoen, zien er als volgt uit (deze tabel is ook terug te vinden in het <media 26344 - - "APPLICATION, Invulformulier Groninger Verdienmodel, Invulformulier_Groninger_Verdienmodel.xlsx, 199 KB">digitale invulformulier</media>):

 

Randvoorwaarden

Eis

1

Wettelijke eisen

voldoen

2

Maatwerkbenadering

met een goedgekeurd plan afgesloten

3

Dialoog met omgeving

tenminste 3 keer 'ja'

4

Norm voor grondgebondenheid ≤ 4,5 GVE/ha

voldoen

5

Actueel bedrijfsnatuur- en landschapsplan

voldoen

6

Ammoniak ≥ 9 maatlatpunten

voldoen

7

Natuur & Landschap ≥ 1 % natuur- en landschapselementen

voldoen

Rapportcijfer

Het gemiddelde rapportcijfer over de negen thema's is, mits voldaan is aan de randvoorwaarden, doorslaggevend voor het antwoord op de centrale vraag: 'Verdient de ondernemer met dit plan een uitbreiding van het bouwblok boven de 2 hectare?'. Het hiervoor vereiste gemiddelde GVM-eindcijfer is vastgesteld op minimaal een 7,5.

koeien in de stal

De uitwerking van het GVM betekent voor de ondernemer een forse inspanning. Maar er is ook ruimte voor de ondernemer om zijn eigen keuzes te maken en zich te onderscheiden op die thema's die het beste passen bij hem, bij zijn omgeving en bij zijn bedrijf.

Daarnaast zorgt deze aanpak ervoor dat aan zeven doorslaggevende randvoorwaarden wordt voldaan. De totstandkoming van het Verdienmodel en de gemaakte afwegingen staan in het document 'de ontwikkeling van het Groninger Verdienmodel'  (PDF PDF-bestand, 1 MB)beschreven.

Wie voert de toetsing uit?

De toetsing voert de provincie niet zelf uit. Dat doet de Stichting Milieukeur, de instantie die ook het landelijke certificatiesysteem van de Maatlat Duurzame Veehouderij beheert. Vier van de thema's van het GVM zijn overgenomen uit deze Maatlat Duurzame Veehouderij. Het gaat om diergezondheid, dierwelzijn, ammoniak en energiebeheer. Het GVM krijgt een eigen module binnen het landelijke systeem waardoor ook de vijf 'eigen' thema's getoetst kunnen worden volgens de systematiek van de Maatlat Duurzame Veehouderij.

Drie fasen

De toetsing gebeurt in drie fasen: de initiatieffase, de realisatiefase en de gebruiksfase. Het GVM voorziet op dit moment in de toetsing tijdens de initiatief- en realisatiefase.

De toetsing gebeurt op twee momenten. Aan het einde van de initiatieffase vindt de voorlopige toetsing plaats. Bij het opleveren van de nieuwe stal vindt de definitieve toetsing plaats. Beide keren krijgt de ondernemer bij een positief oordeel een certificaat. Op basis van het eerste certificaat, dat bij de initiatieffase hoort, besluit de gemeente of zij u toestemming geeft voor de uitbreiding. Is dit het geval dan loopt het proces verder.

Meer informatie

Voor meer informatie over het GVM kunt u terecht bij Nynke de Jong, mail: n.de.jong@provinciegroningen.nl of telefoon: 050 - 316 46 24.