Vragen en antwoorden Lauwersmeergebied

Hieronder vindt u een lijst met vragen en antwoorden over de uitvoering van het beheerplan Lauwersmeergebied. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact op met de provincie Groningen via e-mail lauwersmeer@provinciegroningen.nl, of bel naar 050 – 316 45 43.

Natuur

  • Waarom stellen we een hogere waterstand in?

    Voor de zeldzame vogelsoorten in het Lauwersmeergebied is het belangrijk dat er genoeg slik en sterke rietkragen zijn. Met het huidige waterbeheer zullen deze verdwijnen en zal in het gebied steeds meer bos ontstaan. Als gevolg hiervan zullen zeldzame vogelsoorten, zoals de roerdomp en de grauwe kiekendief uit het gebied verdwijnen. Met een hoger waterniveau in het voorjaar willen we deze achteruitgang stoppen.

  • Waarom grijpen we in in de huidige situatie?

    Toen het Lauwersmeer werd afgesloten van de Waddenzee is ingegrepen in de natuurlijke situatie. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de leefgebieden van bijzondere vogelsoorten in het gebied, zoals de lepelaar en de kluut. Als we niets doen verdwijnen de leefgebieden in het Lauwersmeergebied voor deze bijzondere soorten.

  • Er staat toch al heel veel riet, waarom moet er nog meer bijkomen?

    In het Lauwersmeergebied is inderdaad veel riet aanwezig. Er zijn echter verschillende ‘soorten’ riet te vinden. Waterriet groeit in water tot maximaal 1 meter diep. Overgangsriet vinden we in ondiep water. En ten slotte is er landriet op de 'vaste wal'. In het Lauwersmeergebied is op dit moment vooral landriet en overgangsriet te vinden. Door een ophoping van plantenresten tussen deze rietkragen zullen deze uiteindelijk verdwijnen en plaats maken voor struiken en bossages. Door in het voorjaar een hoger waterniveau te hanteren kunnen de opgehoopte plantenresten wegspoelen en blijven deze rietkragen sterk. Aan het einde van de periode met een hoger peil, als het waterniveau weer naar beneden gaat, worden rietplanten grenzend aan droogvallende grond door de droogval gestimuleerd tot het vormen van worteluitlopers. Hierdoor kan het overgangsriet zich uitbreiden en zelfs weer waterriet vormen. Dit type is erg belangrijk als broedgebied voor veel bijzondere vogelsoorten in het Lauwersmeergebied. Waterriet als broedgebied zorgt er ook voor dat de vogels minder last hebben van roofdieren zoals de vos.

  • Wat gebeurt er na de proef van 2 jaar?

    Na de onderzoeken en beheerproeven gaan we bekijken hoe we het gebied in de toekomst willen beheren.

  • Natuurinrichting Ezumakeeg West, wat gaat daar gebeuren?

    De Ezumakeeg-West bestaat uit vochtige graslanden. Voor dit gebied is in een plan opgesteld om het te 'vernatten' en meer geschikt te maken voor natuur en recreatie. Het gebied leent zich goed voor de ontwikkeling van rietmoeras en droogvallende delen met slik. Hiermee kan dit deelgebied een grotere bijdrage leveren aan de doelen voor Natura 2000.

    Om dit te bereiken wordt de waterhuishouding aangepast. Na de inrichting ontstaat aan de oostzijde een zone met vrij langdurig, ondiep open water en een plas-draszone iets hogerop. Dit zal voor een deel uit plassen, rietmoeras, natte ruigten en delen met slik bestaan. Het deel van de Ezumakeeg-west dat hoger ligt wordt vooral kort en grazig. Dit blijft geschikt voor als voedselplek (foerageergebied) voor ganzen.

Water

  • Hoe hoog komt het uiteindelijke waterniveau?

    Tijdens de beheerproef houden we het waterniveau op maximaal 0,52 meter beneden NAP vast. Meestal staat het water op 0,93 meter beneden NAP.

  • Zorgt de beheerproef voor hogere waterstanden in geval van calamiteit, zoals in januari 2012?

    Bij extreme weeromstandigheden tijdens de proef handelt het waterschap net als altijd: op tijd anticiperen op de verwachte situatie. Bij verwachte regenval wordt het waterpeil vooraf zover teruggebracht als het waterschap dat nodig vindt, om de veiligheid de garanderen. Het waterschap zal geen moment aarzelen om te doen wat voor de waterveiligheid van belang is. De proef is daaraan ondergeschikt. In dit filmpje krijgt u hiervan een goede indruk.

  • Kan het water uit het Friese deel voldoende worden afgevoerd?

    Bij het opstellen van het beheerplan is gekeken naar de maximale waterstand voor de beheerproef. Als bovengrens is 0,52 meter onder NAP vastgelegd omdat dit het peil is van de Friese boezemwateren. Tijdens de proef houden we het waterniveau in het meer vast op maximaal 0,52 meter onder NAP. Bij extreme neerslag wordt het waterpeil op het Lauwersmeer verlaagd. Op die manier ontstaan geen afvoerproblemen voor de Friese Boezem. Ook het Hooglandgemaal bij Stavoren kan ingezet worden om het peil van de Friese boezem te handhaven.

  • Ondervind ik als bewoner of belanghebbende schade van het vasthouden van water?

    We verwachten dat het vasthouden van een hogere waterstand geen schade zal veroorzaken. De waterstand tijdens de proef komt in nu ook al vaak voor. Maar omdat we schade nooit voor 100 procent kunnen uitsluiten, hebben we afgesproken een nulmeting uit te voeren. Een onafhankelijk bureau voert deze meting uit. Aan de hand van de nulmeting kunnen we bepalen of er toch schade is ontstaan door de proef.

  • Heeft de beheerproef invloed op de grondwaterstanden?

    Omdat het om een korte periode met een hoger peil gaat is geen wezenlijke verandering van het grondwaterpeil te verwachten in de genoemde gebieden. Daardoor zal de kwel richting het oppervlaktewater niet toenemen. De proef is bedoeld om de eventuele ongewenste effecten in beeld te brengen. De invloed op het grondwaterpeil in de omgeving van het Lauwersmeer is één van de aspecten, die onderzocht wordt.

  • Wat is de invloed van clusterbuien?

    Clusterbuien zijn kenmerkend voor de zomerperiode en fronten zijn kenmerkend voor de winterperiode. De rietproef wordt niet uitgevoerd in de zomerperiode. De fronten zijn goed voorspelbaar door het KNMI en daarop kan het waterschap Noorderzijlvest adequaat anticiperen met behulp van het beheerprotocol.

  • Hoe ziet het beheerprotocol er tijdens de rietproef uit?

    Het beheerprotocol houdt in dat zodra ongunstige weersomstandigheden worden verwacht de waterstand weer wordt teruggebracht naar het normale niveau. In het beheerprotocol wordt gekeken naar voorspellingen van neerslag, waterstanden op de Waddenzee, de wateraanvoer vanuit Fryslân en de mogelijke inzet van het draaiboek 'waterbeheer bij vorst'. Het protocol op basis van deze vier factoren wordt iedere zes uur door het waterschap gebruikt om een afweging te maken of de rietproef al dan niet onderbroken moet worden.

     

     

  • Waar worden de tijdelijke pompen geplaatst?

    De locaties van de pompen zijn te vinden in de vergunningaanvraag die de provincie bij waterschap Noorderzijlvest heeft ingediend.

     

     

  • Waar worden de buizen (welke buizen) geplaatst?

    De definitieve locaties worden nog bekend gemaakt.

Landbouw

  • Heeft het plan invloed op het (landbouw)gebied dat vrij afstroomt?

    De beheerproef heeft invloed op de drooglegging van enkele landbouwpercelen aan de rand van het meer die direct in contact staan met het peil van het meer. In de voorbereiding van de proef nemen we maatregelen zodat de deze percelen geen hinder ondervinden van de proef. We kunnen bijvoorbeeld de percelen tijdelijk afsluiten van het Lauwersmeerpeil of tijdelijk bemalen.

  • Wat is er bekend over de verzilting van de landbouwgrond?

    Omdat het om een korte periode met een hoger peil gaat is geen wezenlijke verandering van het grondwaterstanden of kweldruk te verwachten in de omliggende gebieden. Desondanks is voor de proef een uitgebreid grondwatermeetnet ingericht. Tijdens en na de proef wordt geanalyseerd of de grondwaterstanden en kweldruk inderdaad geen effect ondervinden van het hogere waterniveau in het Lauwersmeer. De proef is bedoeld om de eventuele ongewenste effecten in beeld te brengen. De invloed op het grondwaterpeil in de omgeving van het Lauwersmeer is één van de te onderzoeken aspecten.

     

     

  • Wat als mijn (landbouw)grond onder water komt te staan?

    Door middel van voorschrift 8 in de watervergunning zijn alle (landbouw)maatregelen in de aanvraag overgenomen als voorschrift in de vergunning. Dit voorschrift waarborgt dat ten gevolge van de uitvoering van de rietproef geen wateroverlast zal optreden.