Ruurd Elzer

Op 12-jarige leeftijd verhuisde Ruurd Elzer (Sneek 1915-1995 Groningen) met zijn familie van Lemmer naar ‘t Zandt in Noord-Groningen om vervolgens in Appingedam naar de hbs te gaan. Een schriftelijke tekencursus tijdens het langdurig ziekbed dat hij als puber had, was de voorbereiding op de Academie Minerva. Omdat echter in de daaropvolgende jaren Elzers belangstelling voor de schilderkunst door het ontbreken van onderwijs in deze richting niet aan bod kwam, besloot hij na rijp beraad een gesprek aan te gaan met Jan Altink. Deze was bereid hem privé schilderles te geven; voor Elzer was er toen geen reden meer om op Minerva te blijven.
Toelating in 1937 tot de Kunstkring de Regenboog betekende voor Elzer erkenning als kunstenaar. Maar vermoedelijk deed een groeiend artistiek zelfbewustzijn hem in het najaar van 1939 besluiten deze kunstkring weer te verlaten. Liever sloot hij zich aan bij De Ploeg. Zijn eerste poging begin mei 1940 om toe te treden mislukte echter. Nog geen jaar later lukte het hem wel, zij het als voorlopig lid. Na de oorlog, eind 1945, was hij als exposant aanwezig op de eerste Ploeg-tentoonstelling en niet lang daarna had hij zijn eerste solo-expositie in het Beerenhuis in de Folkingestraat te Groningen.

Schilderij van Ruurd Elzer
Bouw zeesluizen Delfzijl, 1956 - olieverf/doek

Portretten en landschappen waren onderwerpen waaraan Elzer zich graag overgaf. Binnen deze thema’s kwam hij ook tot de meest overtuigende resultaten. Toch meende hij er goed aan te doen Groningen te verlaten. Een verblijf in de Franse hoofdstad in 1949 en ook de daaropvolgende reizen naar Frankrijk gaven inderdaad een nieuwe artistieke impuls. In 1955 nam hij als gast weer voor het eerst deel aan de traditionele Kerst-tentoonstelling van De Ploeg, om zich vervolgens pas in 1958 weer bij deze kunstkring aan te sluiten.
Elzer recenseerde in de jaren zestig regelmatig tentoonstellingen in het Nieuwsblad van het Noorden. Ook verzorgde hij een inleidende catalogustekst voor een herdenkingstentoonstelling (1964) in Warffum van het werk van zijn vriend en kunstbroeder Riekele Prins. Eind jaren zestig ging Elzer over op het maken van zuiver abstract werk, hoewel de figuratie voor hem belangrijk bleef.

Zijn nauwe band met De Ploeg heeft zo’n veertig jaar geduurd: in 1980 gaf hij het penningmeesterschap op tijdens een tentoonstelling die hem ter ere van zijn 65ste verjaardag door Pictura was aangeboden. Kort daarna zegde hij ook het Ploeg-lidmaatschap op. In december 1995, kort na zijn overlijden, was Elzers laatste overzichtsexpositie te zien in het Centrum voor Beeldende Kunst Groningen.