Riekele Prins

Riekele Prins (Kollumerzwaag 1905 - 1954 Bedum) heeft vooral naam gemaakt als graficus. Deze autodidact stond bekend als dé etser van het Groninger land.

Vlak na zijn geboorte was het gezin Prins van Friesland verhuisd naar het Groninger Bedum. Al vroeg bleek Riekele over een groot tekentalent te beschikken. Als schoolverlater moest hij op de vlasfabriek waar zijn vader werkte de handen uit de mouwen te steken. Maar in plaats van zijn aandacht volledig te richten op de stoomketel, schetste Prins jr. verscholen achter de ketel het interieur van de fabriek en de fabrieksarbeiders. Na werktijd vervolgde hij zijn tekenactiviteiten in de open lucht en legde de landelijke omgeving vast.

In de eerste helft van de jaren dertig volgde hij ‘s avonds cursussen tekenen en schilderen van Jan Derksen Staats aan het Martinikerkhof in Groningen. Ook sloot hij zich in 1934 aan bij De Regenboog, een kunstkring die een eigen pand had in de St. Jansstraat. Een jaar later had hij het lef zijn arbeidersbestaan te verruilen voor het kunstenaarschap. Hij vestigde zich als fotograaf en beeldend kunstenaar. De fotografie werd echter geleidelijk, meer nog dan het schilderen, verdrongen door het etsen. Deze laatste techniek bleek hem op het lijf geschreven en was hem bijgebracht door een goede vriend Ties Allersma die in het bezit was van een akte mo-tekenen. Prins exposeerde voor het eerst in 1938. Zijn werk vond vanaf toen gretig aftrek onder een kleine groep vaste afnemers.

Samen met een aantal andere Regenboog-leden sloot Prins zich aan bij De Ploeg, nadat zij rond de kerst van 1950 als introducés hadden geëxposeerd op een Ploeg-tentoonstelling. Door zijn vroegtijdig overlijden heeft hij slechts kort kunnen genieten van zijn vriendschap met Jan Altink en de groeiende belangstelling voor zijn werk, nadat hij als eerste kunstenaar de Culturele Prijs van de provincie Groningen voor 1951 in de wacht had gesleept.