Marten Klompien

Marten Klompien (Hoogezand 1917 - 1996 Groningen) werd na de Tweede Wereldoorlog lid van De Ploeg. In 1955 had het bestuur van deze kunstenaarsvereniging hem samen met zestien andere gastexposanten gevraagd voor een invitatietentoonstelling. Klompien prijsde zich naderhand gelukkig. Als enige niet-Ploeger had het bestuur van de vereniging hem na afloop benaderd met de heuglijke mededeling dat hij mocht toetreden.

Eenmaal lid voelde hij zich er als jongste niet écht thuis. Dat had niet te maken met een gebrek aan passie voor het Groninger land. Dit deelde hij met verschillende Ploeg-leden. Het lag aan zijn terughoudende karakter, dat hij maar moeilijk aansluiting kon vinden bij de rest. Dit werd nog eens versterkt doordat hij de oudere garde ervaarde als een gesloten gezelschap. Alleen Jan Altink herinnerde hij zich als degene die vriendelijk toenadering zocht. Klompiens andere schildervisie op het Groninger land speelde zeker ook een rol in het gevoel binnen de kunstkring alleen te staan. Zo kleurrijk als zijn kunstbroeders dit schilderden, zo donker verbeeldde hij het landschap. Klompien had een voorkeur voor herfst- en winterseizoen. Meestal in diepe grijzen, bruinen en groenen gaf hij het Groninger land weer.

Als zoon van een schipper die afstammeling was van een Delfzijlster geslacht van binnenvaartschippers, had Klompien een grote liefde voor de binnenscheepvaart. Schepen heeft hij dan ook vaak geschilderd. Twee van de zes werken van Klompien die behoren tot de provinciale kunstcollectie hebben dit thema. Een aanverwant onderwerp schilderde hij in 1961 tijdens zijn deelname aan het unieke project Ku(n)stvaart. Het vroegst gedateerde werk van Klompien in de verzameling van de provincie is in 1956 op uitnodiging van het provinciaal bestuur gemaakt. Toevallig had ook deze invitatie zijdelings alles te maken met het water. Samen met een aantal Groninger kunstenaars, waaronder Jan Altink en Johan Dijkstra schilderde Klompien toen de werkzaamheden aan het Eemskanaal bij Delfzijl en de nieuwe zeesluizen in Farmsum.