Johan Dijkstra

Het tekentalent van Johan Dijkstra (Groningen 1896 – 1978 Groningen) bleek al op jeugdige leeftijd: op zijn ULO-eindexamenlijst prijkte een negen voor handtekenen tussen allemaal zessen voor de overige vakken. Om zijn tekenvaardigheid verder te ontwikkelen volgde hij vanaf 1915 op de woensdag- en zaterdagmiddagen een voorbereidende cursus tekenen op de Academie Minerva. Het advies van niemand minder dan Otto Eerelman (1839 – 1926) om met zijn gave toch zeker de dagopleiding te gaan doen, maakte op de jonge Dijkstra zeer veel indruk. Met financiële hulp van deze vermaarde kunstenaar werd Dijkstra in staat gesteld een jaar later inderdaad het officiële Minerva-lesprogramma te volgen. Hij sloot deze af met een middelbare onderwijsbevoegdheid voor tekenen.

In 1919 werd hij toegelaten tot de Amsterdamse Rijksacademie van Beeldende Kunsten om zich het schilderen naar levend model verder eigen te maken. Behoefte aan licht en ruimte van het Groninger land deden hem in 1920 plotseling besluiten de hoofdstad te verlaten. Twee jaar daarvoor was hij één van de initiatiefnemers geweest van de oprichting van de Groninger Kunstkring De Ploeg. Zestig jaar lang (tot aan zijn overlijden) zou hij lid blijven.

Johan Dijkstra was een man met vele gaven. Zo bleek zijn schrijftalent uit talrijke geschriften, publicaties en recensies. Zijn aanleg voor grafisch werk kwam onder andere tot uiting in boekillustraties, reclamedrukwerk en schoolplaten. Zijn gevoel voor monumentale kunst resulteerde in diverse opdrachten voor gebrandschilderde ramen (onder andere de aula van de Rijksuniversiteit), maar ook voor wandschilderingen (bijvoorbeeld in het stadhuis van Groningen).