Jo van Dijk

Passie voor de schilderkunst kende de in Groningen woonachtige Jo van Dijk (Winschoten 1931 - 2000 Groningen) al vroeg. Als hij niet musiceerde, was hij aan het tekenen of aquarelleren. In artistiek opzicht verkeerde hij als autodidact tot zijn vijfentwintigste levensjaar in een isolement. Daarna vond hij, dankzij enige sleutelfiguren, aansluiting bij het noordelijke kunstcircuit.
Een grote bron van inspiratie bleek zijn vriendschap met de schilder Jaap Nanninga. In diens abstracte werk zag Van Dijk bevestiging om op het door hem ingeslagen pad van non-figuratie door te gaan. Ook sprak hem de door Nanninga gebruikte vorm, kleur en techniek aan. In het vroege werk van Jo van Dijk is de overeenkomst met Nanninga’s beeldtaal dan ook zichtbaar in de gelaagde opbouw van de verfhuid en de zachte, ronde vormen in een gedempt palet.

Schilderij van Jo van Dijk
Zonder titel 1965-1976 - kopie van wandschildering

De tweede helft van de jaren vijftig betekenden voor Jo van Dijk een artistieke doorbraak. Aangemoedigd door de toenmalige directeur van het Groninger Museum W.J. de Gruyter, had hij zijn eerste solo-expositie in 1959 in Galerie de Mangelgang. Johan Dijkstra sprak in het Nieuwsblad van het Noorden met lof over zijn rijk kleurgevoel. In datzelfde jaar werd hij op uitnodiging van beide kunstenaarsverenigingen lid van De Ploeg en de meer vooruitstrevende Groep NU. Het lidmaatschap betekende een uitbreiding van sociale contacten en goede expositiemogelijkheden. Het verblijf van Jo van Dijk tussen 1962 en 1964 in Marokko had onder andere effect op zijn palet: het werd donkerder en ‘aardser’. Vanaf de jaren zeventig zou dat veranderen: dan zien we ook felle kleuren in sterkere contrasten. Tot zijn dood maakte Jo van Dijk in verschillende technieken, waarvan de schilderkunst reeds jaren zijn voorkeur had, lyrisch abstract werk dat enkel wil refereren aan vorm, kleur en compositie.