Jannes de Vries

Dankzij de financiële steun van zijn werkgever, een advocaat, werd Jannes de Vries (Meppel 1901 - 1986 Groningen) in staat gesteld zijn loopbaan een andere wending te geven. Hij kon les nemen aan de Rijksnormaalschool voor Tekenleraren (een kunstacademie was door zijn vader verboden) die hij met succes - hij behaalde twee mo-akten - in 1922 afsloot. Als geen ander Ploeg-lid had Jannes de Vries zijn horizon verruimd tot ver buiten de provinciegrenzen. Vóór zijn aansluiting bij De Ploeg in 1924, had hij al een vervolgopleiding genoten aan de traditionele Ecole Nationale Supérieure des Beaux Arts in Parijs en had hij gereisd door landen als Italië en Tunesië.

De kennismaking met internationale kunststromingen heeft echter geen zichtbare stilistische invloed achtergelaten in zijn werk. De stad, het Hogeland, het gebied Westerwolde, kortom het landschap van Groningen was niet het enige dat hem boeide. Begin jaren vijftig, toen hij het reizen wederom had hervat, groeide zijn liefde in het bijzonder voor Noord-Afrika en ontwikkelde hij een passie voor Tunesië en Marokko. De ontmoeting met het exotische inspireerde hem tot talrijke schilderijen en tekeningen. Een verklaring voor de vele voorstellingen van bijbelse verhalen en figuren die hij vanaf 1957 maakte, wordt mede gezocht in zijn belangstelling voor het leven in het Atlas-gebied. Jannes de Vries heeft, naast zijn werkzaamheden als tekenleraar aan het Preadinius Gymnasium, altijd zijn artistieke uitdrukkingsmogelijkheden gezocht in de figuratie. Hij ontving de Culturele Prijs van Groningen voor 1970 toen zijn werk inmiddels al in brede kring bekendheid genoot.