Jan Koster

Jan Koster (Burum 1874-1956 Groningen) oefende onder het pseudoniem Costerus het kunstenaarschap niet als hoofdberoep uit. In het Groninger dorp Ten Boer verdiende hij tot zijn zeventigste de kost als notaris. Zijn interesse voor alles en iedereen die wat met schilderkunst te maken had, bleek echter al op jonge leeftijd. Zo stond de jonge Koster samen met zijn verloofde eens model voor niemand minder dan de alom gerespecteerde kunstschilder en Minerva-docent, F.H. Bach. Graag zocht Koster de omgang met kunstenaars. Veel affiniteit had hij met de Haagse School: hij verzamelde serieus, had onder andere werken van Breitner, Jacob Maris en Isaäc Israëls en was bevriend met de impressionist Arnold Koning. Ook Kosters eigen schildertechniek was geworteld in de wijze waarop de Haagse kunstenaars schilderden. Veel inspiratie putte hij verder uit het Groninger landschap.

Ook vertaalde hij zijn liefde voor de schilderkunst op een ander niveau: hij was bestuurslid van het Kunstlievend Genootschap Pictura en was lid van de Raad voor de Kunst. Bovendien was hij stichter van de Vrije Academie, mogelijk gemaakt door het Jan Kosterfonds dat hij samen met de kunsthandelaar Braamhorst in 1950 in het leven had geroepen. De Vrije Academie bood zowel aan beroepskunstenaars als aan amateurs de gelegenheid om tegen geringe kosten wekelijks in Pictura naar model te tekenen en schilderen. Veel Ploeg-leden maakten hier dankbaar gebruik van. Jan Koster kreeg als kersvers Ploeg-lid van provinciale zijde erkenning voor zijn verdiensten voor de schilderkunst in de vorm van de Culturele Prijs van de provincie Groningen die hij op 17 februari 1954 in ontvangst mocht nemen.

Overzicht kunstwerken Jan Koster