Jan Altink

Als vijftienjarige zoon van een veeboer had Jan Altink (Groningen 1885 - 1971 Groningen) in de vastbeslotenheid om schilder te worden, zijn voet over de drempel van Minerva gezet. Daar kreeg hij onder andere les van de invloedrijke F.H. Bach. In 1911 behaalde Altink zijn mo-tekenakte en werkte vervolgens 's avonds als tekenleraar op scholen in plaatsen als Middelstum, Leek en Zuidbroek. In 1934 werd hij aangesteld als leraar aan de Academie Minerva te Groningen. Ondertussen had hij in 1918 aan de wieg gestaan van de Groninger schildersbent, waarvoor hij de naam De Ploeg had bedacht. Hij kwam kortstondig in de ban van het expressionisme, om vervolgens een vormentaal te vinden, die bij zijn eigen temperament hoorde: sensitief, serieus, blijmoedig en evenwichtig.

Als geen ander wist Altink het Groninger land in al zijn verscheidenheid gevoelig, doch treffend te typeren. Voor zijn indrukwekkende oeuvre ontving hij in 1955 als derde achtereenvolgend Ploeg-lid de jaarlijkse Culturele Prijs van de provincie Groningen uit handen van de commissaris van de koningin, mr. W.A. Offerhaus.