Vraag en antwoord waterveiligheid

Door klimaatverandering gaat het vaker en heviger regenen waardoor kanalen, meren en plassen steeds meer water te verwerken krijgen. Het wordt steeds moeilijker om het overtollige water op zee kwijt te raken doordat de zeespiegel stijgt en de bodem daalt door aardgaswinning. Daarvoor zijn extra maatregelen nodig, zoals de aanleg van gebieden waar we het overtollige water tijdelijk in kunnen opvangen. Op deze pagina vindt u de veelgestelde vragen over dit onderwerp.

Waterveiligheid

  • Wat is de aanleiding voor de maatregelen om de waterveiligheid te waarborgen?

    In de toekomst verwachten we, als gevolg van de klimaatveranderingen, vaker grote hoeveelheden regenwater. Om de waterveiligheid ook in de toekomst te kunnen waarborgen zijn maatregelen nodig. Het waterschap onderzoekt nu de mogelijke maatregelen. De opgaven om waterveiligheid en water-kwaliteit te verbeteren in het Zuidelijk Westerkwartier willen wij het liefst een combinatie maken van verbetering van de waterveiligheid en waterkwaliteit met andere opgaven in deze regio. Om zo ruimte te besparen voor andere functies, zoals natuurgebieden.

    Het netwerk van natuurgebieden, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is opgenomen in het provinciaal omgevingsplan. Nu het natuurbeleid van het Rijk naar provincie is gegaan, wil de provincie dit netwerk gaan aanleggen en ontwikkelen.

  • Wat is een veiligheidsnorm voor een boezemkade?

    De veiligheidsnorm geeft aan welke veiligheid een kade maximaal biedt. Het gaat vaak niet om een overstroming, maar om het doorbreken van de kade. Langs bijvoorbeeld de Matsloot, het Wolddiep en het Lettelberterdiep in het Westerkwartier liggen kaden die moeten voorkómen, dat bij hoge waterstanden het land overstroomt. Deze kaden noemen we boezemkaden.

    Kaden moeten een waterstand aankunnen die gemiddeld óf eens in de 300 óf eens in de 1000 jaar optreedt. Welke norm geldt hangt af van de schade die er bij een dijkdoorbraak in het achterliggende gebied ontstaat.

  • Wie bepaalt aan welke veiligheidsnorm een boezemkade moet voldoen?

    De provincie bepaalt - in overleg met het waterschap - de veiligheidsnorm waaraan een boezemkade moet voldoen. Provinciale Staten stellen deze norm vast. Het waterschap bepaalt welke maatregelen uitgevoerd worden om de norm te realiseren. Dat kan bijvoorbeeld het inrichten van waterbergingsgebieden zijn of het verhogen van boezemkaden. De provincie ziet er op toe dat het waterschap de maatregelen op tijd uitvoert.

  • Waar is de hoogte van een veiligheidsnorm van afhankelijk?

    De hoogte van de veiligheidsnorm is afhankelijk van de schade, die ontstaat bij overstroming van een boezemkade. De hoogte van de schade wordt bepaald door het gebruik van het gebied achter de kade (bijvoorbeeld is het gebied bebouwd of is het een landbouwgebied) en de waterdiepte in het gebied. We onderscheiden veiligheidsnormen van 1:10, 1:30, 1:100, 1:300 en 1:1000.

  • Kan ik bezwaren indienen tegen deze plannen? Wanneer? Waar? Hoe?

    De ontwerpplannen van waterschap en provincie worden vanaf eind juni tot eind augustus 2014 ter inzage gelegd in de provinciehuizen van Groningen en Drenthe en bij het waterschap Noorderzijlvest. De plannen zijn ook via de websites te bekijken. Het gaat hierbij om de veiligheidsnormen voor de boezemkaden, de aan te wijzen en in te richten waterbergingsgebieden en de overige maatregelen die het waterschap tegen wateroverlast vanuit de boezem wil nemen.

    Op de ontwerpplannen kunnen zienswijzen worden ingediend. Bij de vaststelling van de veiligheidsnormen door Provinciale Staten en de vaststelling van de maatregelen door het Algemeen Bestuur van het waterschap wordt met deze ingediende zienswijzen rekening gehouden.

    De veiligheidsnormen en waterbergingsgebieden worden opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Tegen deze verordening kunt u geen beroep aantekenen bij de rechtbank of de Raad van State. Ook tegen het besluit van het waterschap om een pakket maatregelen uit te voeren kunt u niet in beroep gaan.

    Vervolgens wordt samen met alle betrokkenen in het gebied een inrichtingsplan opgesteld voor de aan te leggen waterbergingsgebieden en natuurgebieden. Ook wordt het bestemmingsplan aangepast om de inrichting van de waterbergingsgebieden planologisch mogelijk te maken.

    Op het inrichtingsplan en het bestemmingsplan is inspraak mogelijk. Bij de vaststelling van het inrichtingsplan en het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de ingediende zienswijzen. Tegen de vaststelling van het inrichtingsplan en het gewijzigde bestemmingsplan kunt u in beroep gaan bij de Raad van State.

  • Welke maatregelen zijn mogelijk?

    Volgens waterschap Noorderzijlvest zijn er verschillende maatregelen mogelijk. Bijvoorbeeld een maalstop in poldergebieden, het vergroten van gemalen, het verbreden van watergangen, water vasthouden in de bovenstroomse beekgebieden en kadeverhogingen. De maatregelen zijn in combinatie nodig om in het gehele waterschapsgebied aan de veiligheidsnorm te kunnen voldoen. De effectiviteit van de maatregelen hangt af van de plaats waar ze getroffen worden. De hydrologische karakteristieken van de locatie bepalen dat. In het laaggelegen Westerkwartier is berging de meest effectieve maatregel: daar verzamelt zich spontaan het aangevoerde water. Om te zorgen dat dit water zich niet naar alle kanten verspreidt en daarmee onvoorziene schade aanricht, is het nodig om gebieden in te richten voor waterberging. Door alle typen maatregelen uit te voeren zijn we er goed op voorbereid om extreme situaties het hoofd te bieden.

  • Waarom moeten die bergingen nu juist in het Westerkwartier?

    Vanuit de beken van noord-Drenthe en het westen van Groningen stroomt het water via het Wester-kwartier en Leekstermeer: daar is het laagst gelegen gebied. Vervolgens gaat het water door het Reitdiep, het Wolddiep en het Lettelberterdiep naar het noorden, “aangezogen” door het gemaal De Waterwolf in Lammerburen. De watergangen naar het noorden zijn smal bij Electra. Bij extreme regen-val in Noord-Drenthe en West-Groningen kunnen deze smalle watergangen de enorme aanvoer niet bijhouden, waardoor het water zich in de laagste gedeeltes verzamelt.
    Om ongewenste schade en andere verrassingen te voorkomen is het verstandig om in die laagste gebieden een gedeelte speciaal in te richten om het overtollige water in op te vangen. Dat zijn de nu voorgestelde bergingsgebieden. Op plekken waar al eerder gebieden zijn aangewezen om een deel van de Ecologische Hoofd-structuur (EHS) aan te leggen, kan nu een combinatie gemaakt worden met waterberging. Twee maatschappelijke doelstellingen in één keer op één plaats bereiken. Daarmee springen we verstandig om met de schaarse landelijke ruimte.

  • Er zijn al eerder plannen geweest voor waterbergingen in het Westerkwartier. Waarom gaat het nu wel gebeuren?

    In 1998 bleek dat het waterschapsgebied onvoldoende was ingericht om overstroming vanuit de boezem (door zware regenval) te kunnen voorkomen. Ook toen is in de laaggelegen gebieden gezocht naar bergingsmogelijkheden, ook op verschillende locaties in het Westerkwartier. Die zijn gevonden in de Eelder- en Peizermaden. In de herinrichtingsprojecten die daar al gaande waren kon deze functie gecombineerd worden. Deze gebieden zijn inmiddels ingericht.

    De tendens is dat er elk jaar meer regen valt en dat dat in heviger buien gebeurt. Daarmee wordt de afvoerpiek steeds groter, en zijn er dan ook steeds opnieuw maatregelen nodig om overstromingen te vermijden. Eén van de voorgestelde maatregelen van Droge Voeten2050 is om de inrichting van de waterberging in de Eelder- en Peizermaden aan te passen, zodat er nóg meer water geborgen kan worden in extreme situaties. Maar dat is nog niet genoeg. Daarom zijn nu méér bergingsgebieden nodig in laaggelegen gebied, aangevuld met de andere maatregelen elders.

  • Voor hoe lang zijn deze plannen genoeg? Kunnen we over tien jaar weer een nieuwe ronde verwachten of is het na deze plannen genoeg tot na 2050?

    Deze maatregelen zijn voldoende om in 2025 aan de veiligheidseis te voldoen. Ze blijven effectief om ook bij te dragen aan de veiligheid in 2050. De maatregelen zijn gebaseerd op vooruitzichten over de verwachte regenval, zeespiegelstijging en de bodemdaling. Over 10 jaar zal duidelijk zijn of die verwachtingen uitkomen en of er wijzigingen in de verwachtingen nodig zijn. Dan wordt onderzocht of er aanvullende maatregelen nodig zijn om ook in 2050 aan de veiligheidseisen voldaan kan worden.

  • Kan ik schade oplopen door het gebruik van bergingsgebieden?

    Wanneer het waterschap onvoorziene schade veroorzaakt, dan kan aanspraak gemaakt worden op schadeloosstelling op basis van de Nadeelcompensatie-regeling waterschap Noorderzijlvest (2012).

    Buiten de bergingsgebieden wordt er geen schade verwacht: de onmiddellijke omgeving is beschermd door keringen. En op grotere afstand wordt het juist veiliger als alle maatregelen uit het project Droge Voeten 2050 uitgevoerd zijn. Wanneer het waterschap toch schade veroorzaakt die niet voorzien is, dan kan aanspraak worden gemaakt op schadeloosstelling op basis van de Nadeelcompensatieregeling waterschap Noorderzijlvest (1 oktober 2006).

  • Hoe lang blijven de bergingsgebieden onder water?

    De bergingsgebieden worden alleen ingezet bij extreme situaties, waarbij het verschil in wateraanvoer (door neerslag en toestroming) en waterafvoer (door wegstroming en bemaling en spuien) tijdelijk opgeslagen wordt. Zodra de aanvoer afneemt zal het opgeslagen water geleidelijk afgevoerd worden. De waterstanden zakken dan ook. De maximale waterstanden in de bergingen duren waarschijnlijk hoogstens een week. De frequentie van het onder water zetten (inundatie) varieert van 1 keer in de 10 jaar (Dwarsdiep) tot 1 keer in de 25 jaar (andere waterbergingen in de EHS) of 1 keer in de 100 jaar (landbouwgebied).

  • Komt het hele bergingsgebied nu achter dijken?

    Rondom de lage zijdes van de bergingsgebieden leggen wij dijkjes aan, zodat het water binnen de bergingsgebieden blijft. De hoogte van de dijkjes hangt af van de boezemhoogte ten opzichte van het maaiveld, en varieert van 70 – 150 centimeter. Dat bepaalt uiteindelijk hoeveel water je kunt bergen. Voor zover nodig wordt rekening gehouden met op- en afritten voor voertuigen. De precieze ligging van de dijkjes en de precieze grenzen van de waterbergingen bepalen wij in overleg met de bewoners.

  • Het waterschap Noorderzijlvest heeft net een plan gemaakt voor de Marumerlage. Gaat dat plan nu veranderen?

    Het plan voor de Marumerlage is alvast een uitwerking van de plannen om natuur en water te combineren. Het plan voor de Marumerlage verandert niet.

  • Wat is de Ecologische Hoofdstructuur of het Natuurnetwerk Nederland?

    De Ecologische Hoofdstructuur, nu ook bekend als Natuurnetwerk Nederland, is een landelijk netwerk van natuurgebieden. Het netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden en nog te ontwikkelen natuurgebieden.

  • We hebben toch al natuur? Is dat niet voldoende?

    In het Zuidelijk Westerkwartier hebben we al een aantal mooie natuurgebieden. Deze natuurgebieden zijn vaak afhankelijk van de waterhuishouding. Omdat het slechts om kleine stukjes natuur gaat, kunnen we de waterhuishouding niet voldoende afstemmen op de eisen van planten en dieren. Door een groter gebied in te richten, zoals het beekdal van het Dwarsdiep, kunnen we de waterhuishouding voor planten en dieren verbeteren. Bovendien kunnen we de waterveiligheid en waterkwaliteit verbeteren. Het verbeteren van de waterkwaliteit is overigens een opdracht vanuit Europa. Provinciale Staten hebben in het provinciaal omgevingsplan vastgesteld waar de nieuwe natuurgebieden moeten komen en hoe groot deze gebieden zijn.

  • De grond is geen natuur maar landbouwgrond. Wat betekenen deze plannen voor mijn bedrijf?

    Wij bespreken met grondeigenaren de mogelijkheden voor hun bedrijf. Welke toekomstperspectieven zijn er voor het bedrijf op de huidige locatie? Kan met vervangende grond de bedrijfsvoering, al dan niet aangepast, voortgezet worden? Is er belangstelling voor een vorm van agrarisch natuurbeheer? Met LTO bekijken we de mogelijkheid voor een ruilverkaveling in het Zuidelijk Westerkwartier.

  • Is het natuurgebied straks nog toegankelijk? Wie beheert de natuur?

    De invulling van de natuur vindt plaats in het inrichtingsplan. We willen de natuur voor iedereen toegankelijk maken. Wie de natuur gaat beheren is nog niet bekend. Op sommige plaatsen zal meer ervaring en kennis van gespecialiseerd natuurbeheer nodig zijn. Op andere plaatsen zal ruimte zijn voor particulier natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer.

  • Ik heb wel ideeën voor het gebied. Kan ik die inbrengen?

    Waterschap en provincie zijn nu in gesprek met maatschappelijke partijen als bijvoorbeeld LTO, Staatsbosbeheer, BoerenNatuur en gemeenten. Wat moet er in het gebied gebeuren? Kunnen we dat combineren? Hoe kan bijvoorbeeld de landbouw in het Zuidelijk Westerkwartier hiervan profiteren? Kunnen we de toeristische ontwikkeling en de leefbaarheid versterken? Daar hebt u zelf natuurlijk ook ideeën over.

    In het najaar zal de provincie een nog aan te wijzen vertegenwoordiging van het gebied een opdracht geven om de verschillende doelstellingen uit te werken in een inrichtingsplan. Bij het opstellen van het inrichtingsplan nemen we graag uw ideeën mee. We komen dan bij u terug.