Wateroverlast

Water hebben we nodig, iedere dag. Maar wat gebeurt er als we last krijgen van teveel water? Provincie en waterschappen werken samen om de overlast zoveel mogelijk te beperken.

Klimaatverandering

Ons waterbeleid is er om voorbereid te zijn op de toekomst. Dat is nodig, want door de klimaatverandering gaat er meer regen vallen. Ook komen droge zomers vaker voor. De zeespiegel stijgt. Bovendien daalt onze bodem door winning van aardgas. Als we geen maatregelen nemen zal de kans op wateroverlast in de komende jaren toenemen.

Droge Voeten 2050

In het project Droge Voeten 2050 hebben de provincies Groningen en Drenthe samen met de waterschappen onderzocht welke maatregelen de komende jaren nodig zijn om tot 2050 voldoende beschermd te zijn tegen wateroverlast vanuit de boezems. Deze maatregelen worden nu ook werkelijk uitgevoerd. Daarbij hebben we rekening gehouden met het feit dat aardbevingen ook effect hebben op de stevigheid van keringen.

Dijken: bescherming aan onze kust

Groningen wordt beschermd door zeedijken. Deze moeten bestand zijn tegen zeer extreme stormvloed. Het Rijk bepaalt de veiligheidsnormen voor de zeedijken. De waterschappen zorgen ervoor dat de dijken aan deze veiligheidsnormen voldoen. De provincie heeft aan weerszijden van de zeedijken een vrije ruimte van honderd meter aangewezen: de waterkeringszone. Deze zones zijn bedoeld om maatregelen te kunnen nemen om de veiligheid te waarborgen, bijvoorbeeld voor verbreding van de dijk. 

Bescherming tegen wateroverlast

De provincie bepaalt hoe veilig de dijken, zogenoemde boezemkaden, langs bijvoorbeeld de kanalen (boezems) moeten zijn. Deze veiligheidsnormen staan in de Provinciale Omgevingsverordening.
De waterschappen zorgen ervoor dat de boezemkaden aan de veiligheidsnormen voldoen en rapporteren daarover aan de provincie.
De waterschappen lozen in perioden met extreme neerslag zoveel mogelijk overtollig water op zee met behulp van spuisluizen en gemalen. Als het niet lukt om het water op zee te spuien vanwege een hoge stand van het zeewater, zal de waterstand in de kanalen stijgen. Als daardoor de boezemkaden dreigen te overstromen, kunnen de waterschappen het overtollige water in waterbergingsgebieden laten lopen. Daar wordt het water tijdelijk opgeslagen. Voorbeelden van waterberging zijn de Westerbroekstermadepolder en de Kropswolderbuitenpolder bij het Zuidlaardermeer.

Bouwen op laaggelegen plekken

Sommige delen van onze provincie hebben vanwege hun lage ligging een grotere kans op overstroming  dan hoger gelegen gebieden. In de Provinciale Omgevingsvisie staat een overzicht van deze gebieden. In deze gebieden is het advies om overstromingsbestendig te bouwen. Dat is niets nieuws: dat deden de Groningers eeuwen geleden al toen ze hun huizen bouwden op wierden.

Veenoxidatie

De komende jaren onderzoeken we samen met de waterschappen de effecten van veenoxidatie en de gevolgen die dit heeft voor de veengebieden die in de provincie Groningen liggen. Veengrond klinkt in (oxideert) als het aan de lucht wordt blootgesteld. Dit gebeurt als de grondwaterstand lager is dan de veenlaag. Een gevolg hiervan is dat het maaiveld steeds verder daalt. Ook komt bij het oxideren van veen veel CO2 vrij. We willen vervolgens kijken wat we kunnen doen om deze effecten te beperken.

 

 

Waterbergingsgebied Westerbroekstermadepolder
Waterbergingsgebied Westerbroekstermadepolder

Downloads

  • 1 februari 2012 | Document (overige) | Grootte 399 KB
    PDF Startnotitie project Droge Voeten 2050
    Deze notitie beschrijft onder meer de uitgangspunten, probleemstelling, doelstelling, resultaat, fasering, organisatie en kosten van het project Droge Voeten 2050.