RUG en provincies onderzoeken overerfbare armoede in Veenkoloniën

De Rijksuniversiteit Groningen gaat in opdracht van de provincies Drenthe en Groningen onderzoek doen naar overerfbare armoede in de Veenkoloniën. In dit Drents-Groningse gebied leven momenteel zo'n 12.000 gezinnen in armoede. Bij een groot aantal van deze gezinnen gaat het om armoedeproblematiek die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het onderzoek moet gemeenten en organisaties helpen om hun aanpak van armoede in de regio effectiever te maken.

Alliantie van kracht tegen armoede

De provincies werken samen met gemeenten, zorg- en onderwijsinstellingen en sociaal-maatschappelijke organisaties - verenigd in de zogeheten 'Alliantie van kracht tegen armoede' - aan toekomstperspectief en leefbaarheid in de Veenkoloniën. Om de aanpak van armoede aan effectiviteit te laten winnen is nader onderzoek nodig naar de oorzaken en mechanismen van overerfbare armoede in dit gebied.

Samenwerking

De provincies willen de gemeenten in hun aanpak van het armoedeprobleem faciliteren. "De armoedeproblematiek waarmee de Veenkoloniën te kampen heeft moet doorbroken worden. Voor de leefbaarheid en de sociale situatie is het belangrijk dat we investeren in samenwerking en dat binnen die samenwerking ieder zijn rol pakt", zegt de Groningse gedeputeerde Eelco Eikenaar. "De gemeenten zijn aan zet voor het sociaal beleid. Provincies staan aan de lat voor een integrale visie op leefbaarheid. Daarom nemen wij als provincies nu samen met de RUG het initiatief voor dit onderzoek", aldus de Drentse gedeputeerde Henk Jumelet.

Praktijkervaringen delen

Naast het financieren van het onderzoek naar overerfbare armoede vullen de provincies hun rol in door een platform te bieden voor de inmiddels verzamelde praktijkervaring. Mede naar aanleiding van een motie, ingediend in Provinciale Staten van Drenthe, wordt er op 25 september 2017 een brede werkconferentie georganiseerd over de aanpak van de armoedeproblematiek in de Veenkoloniën.

Financiering

Het onderzoek loopt in eerste instantie van 2017 tot 2020 en de beide provincies financieren ieder 30.000 euro per jaar gedurende de looptijd van het onderzoek. De resultaten worden gedeeld met alle relevante spelers in het werkveld.