Proef met natuurvriendelijker pootaardappelteelt

Het Louis Bolk Instituut krijgt van de provincie een subsidie van bijna € 50.000 voor een proef om duurzamer pootaardappels te telen. In de proef werkt het instituut met een aantal aardappeltelers aan de natuurlijke beheersing van plagen, het ontwikkelen van een rustjaar en het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Hand vol aardappels

Natuurvriendelijk

De telers van pootaardappelen in Groningen vinden het belangrijk om natuurvriendelijker te gaan
produceren. Dit komt door de afnemende bodemkwaliteit, de achteruitgang van de
biodiversiteit, het toenemende aantal ziektes en de groeiende weerstand in de maatschappij tegen het
gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.

Kennis opdoen

Kopers van pootaardappels stellen strenge eisen aan de aardappels. Daarom is het voor telers lastig zelfstandig te experimenteren met een natuurvriendelijker manier van produceren. In deze proef gaan drie telers hier onder begeleiding mee aan de slag, door te testen op het land. Het Louis Bolk Instituut houdt bij wat de effecten hiervan zijn op onder andere de opbrengst en de biodiversiteit. De kennis die de telers opdoen delen ze met collega's uit de sector.

Natuur helpt landbouw

Met de testen ontstaat er meer inzicht over hoe de bodemkwaliteit verbeterd kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door compost te gebruiken of door een jaar in te lassen, waarin de grond met rust gelaten wordt. Tijdens dit jaar worden gewassen geteeld die de bodem verbeteren en goed zijn voor de biodiversiteit. Ook worden er testen gedaan met natuurlijke middelen die de gewassen beschermen tegen bijvoorbeeld plagen of schimmels. Uiteindelijk leveren de experimenten kennis op over het
verduurzamen van de pootaardappelteelt met behulp van de natuur.