'Oost-Groningen moet uitgaan van eigen kracht bij aanpak werkloosheid'

De regio Oost-Groningen moet bij de bestrijding van de werkloosheid uitgaan van haar eigen kracht. Daarbij is goede samenwerking tussen van belang en moet een externe regisseur het voortouw nemen bij de aanpak. Dat zijn een aantal conclusies die de Commissie Van Zijl doet in het eindrapport Kop d'r Veur, dat op 4 december in Westerlee werd uitgereikt aan de gedeputeerden Eelco Eikenaar en Patrick Brouns.

De regio Oost-Groningen moet bij de bestrijding van de werkloosheid uitgaan van haar eigen kracht. Daarbij is goede samenwerking van belang en moet een externe regisseur het voortouw nemen bij de aanpak. Dat zijn een aantal conclusies die de Commissie Van Zijl doet in het eindrapport Kop d'r Veur, dat op 4 december in Westerlee werd uitgereikt aan de gedeputeerden Eelco Eikenaar en Patrick Brouns.

Rol van de regisseur

De beoogde regisseur moet volgens de commissie tot 2018 toezicht houden op de uitvoering van het Akkoord van Westerlee, dat in februari werd gepresenteerd en waarin afspraken staan over hoe de arbeidsmarktproblematiek in Oost-Groningen aangepakt moet worden. Ook moet deze regisseur de vijf initiatieven die de commissie in het rapport noemt, in goede banen leiden. Deze initiatieven zien er als volgt uit:

  • De landbouwsector in Oost-Groningen moet zich meer richten op de regionale markt, in plaats van de wereldmarkt. Hiermee wil de commissie de sector economisch krachtiger en minder milieubelastend maken, en bovendien meer werkgelegenheid creëren.
  • Met hulp van studenten wordt onderzocht of er een sociale onderneming opgericht kan worden die thuishulp, zorg en welzijnswerk aanbiedt. Niet alleen werkzoekenden worden zo vooruit geholpen, ook de problemen rondom de vergrijzing en krimp worden aangepakt.
  • Oost-Groningen moet zich aansluiten bij Bouwplaats Noord, die werkzoekenden inzet voor werkzaamheden die te maken hebben met aardbevingsschade. Denk aan het herstellen, versterken en verduurzamen van woningen.
  • Vanuit Duitsland zou uitvoerend werk voor laaggeschoolden naar Oost-Groningen gehaald kunnen worden.
  • De regio kan aantrekkelijker gemaakt worden voor toeristen en dagjesmensen. De commissie wil in dat kader het ondernemerschap in de toeristische sector bevorderen en faciliteren.

De commissie noemt verder enkele belangrijke voorwaarden die nodig zijn om de projecten uit te voeren, zoals het gezamenlijk optrekken van gemeenten en provincie, snel internet, goede bereikbaarheid en financiële middelen.

300.000 euro

In een eerste reactie op het eindrapport hebben Patrick Brouns en Eelco Eikenaar laten weten het van groot belang te vinden dat de door de commissie ingezette beweging wordt voortgezet. Daarom komt er zo snel mogelijk een voorstel om de projecten verder uit te voeren en de regisseur aan te stellen. De provincie Groningen stelt hiervoor alvast 300.000 euro beschikbaar, om snel te kunnen handelen.

De commissie bestond uit Jan van Zijl (voorzitter), Hannie te Grotenhuis, Titia Siertsema en Riet de Wit. Nu het eindrapport is gepresenteerd, zit het werk van de commissie erop.