Nieuwe zeeftoren draagt bij aan circulaire economie

Theo Pouw Secundaire Bouwstoffen BV gaat investeren in een innovatieve zeeftoren in de Eemshaven. Hiermee kan het bedrijf 500.000 ton aan grondstoffen zeven. Dat is twintig keer meer dan met de huidige apparatuur. De gezeefde en gesorteerde grond kan vervolgens hergebruikt worden in de beton- en asfaltindustrie. De uitbreiding van de productie gaat naar verwachting veertien nieuwe banen opleveren. De nieuwe zeeftoren wordt mede mogelijk gemaakt door een subsidie van ruim € 500.000 uit de Regionale Investeringssteun Groningen (RIG).

Hergebruik

De omzetting van laagwaardige afvalstromen naar hoogwaardige secundaire grondstoffen en het hergebruik daarvan dragen bij aan de circulaire economie. In een circulaire economie worden reststoffen opnieuw gebruikt, waardoor geen nieuwe grondstoffen nodig zijn. Door grondstoffen te recyclen, hoeft er minder zand en grind worden gewonnen. Dit bespaart veel CO2 in vergelijking met standaard asfalt en beton. De restwarmte die vrijkomt bij de koeling van de thermisch gereinigde grond in de zeeftoren kan gebruikt worden voor het bedrijfsproces en voor de verwarming van de gebouwen. Met de nieuwe zeeftoren verwacht Theo Pouw de grote hoeveelheid thermisch gereinigde grond op het terrein in de Eemshaven terug te brengen.

Over de RIG

De doelstelling van de RIG is om een impuls te geven aan het vestigingsklimaat en werkgelegenheid voor industriële bedrijven in de Eemsdelta en op de Campus Groningen. Voor de uitvoering van de RIG is in 2014 in totaal € 40 miljoen beschikbaar gesteld door het ministerie van Economische Zaken, de Economic Board Groningen en de provincie Groningen uit het Ruimtelijk Economisch Programma. Vanuit het Nationaal Programma Groningen is € 12 miljoen toegevoegd. De RIG maakt
deel uit van het programma van de EBG en van het provinciale programma Groningen@Work 2016- 2019, dat als doel heeft de regio economisch versterken en daarmee zo veel mogelijk Groningers aan het werk te helpen. Het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) voert de regeling namens de provincie uit.