34 miljoen euro voor LifeLines en Eriba

Het college van GS heeft in principe besloten maximaal 17 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de projecten LifeLines (medische biobank) en Eriba (European research institute of the Biology of Aging). Ook het ministerie van EZ draagt maximaal 17 miljoen euro bij. Daarmee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de stimulering van de kenniseconomie in Noord-Nederland. De investeringen in LifeLines in combinatie met Eriba spelen de komende decennia een essentiële rol in het creëren van hoogwaardige werkgelegenheid op regionaal en nationaal niveau. Het stimuleert o.a. het ontstaan van nieuwe bedrijvigheid en bovendien heeft het een positief effect op de aantrekkingskracht van bedrijven van elders. Het voorstel van het college van GS wordt ter besluitvorming aan Provinciale Staten voorgelegd.

LifeLines

LifeLines is een groot onderzoek dat minimaal dertig jaar lang de ontwikkeling in gezondheid volgt van 165.000 personen in de drie noordelijke provincies. Het UMCG gaat een biobank-faciliteit realiseren voor LifeLines. Hiermee is het mogelijk om de gegevens van de deelnemers aan LifeLines op een geavanceerde manier op te slaan en toegankelijk te maken voor wetenschappelijk onderzoek. Daarbij gaat het zowel om het bewaren van verzameld lichaamsmateriaal als om digitale opslag van data. Dit initiatief is een enorme impuls voor Noord-Nederland. De LifeLines-biobank fungeert als vliegwiel voor het ontwikkelen van meer lifescience-, food- en onderwijsactiviteiten in Noord-Nederland en levert hierdoor een belangrijke bijdrage aan het economisch potentieel van Noord-Nederland.

Eriba

Eriba is een onafhankelijk topinstituut , waar onderzoek wordt verricht naar de biologische grondslagen van veroudering. LifeLines en Eriba zijn nauw met elkaar verbonden: de toponderzoekers binnen Eriba maken gebruik van  gegevens die uit LifeLines voortkomen en omgekeerd maakt het onderzoek vanuit Eriba dat de databank LifeLines meer specifiek en optimaal wordt benut.

De provinciale bijdrage wordt gefinancierd uit het REP-ZZL (Ruimtelijk-Economisch programma Zuiderzeelijn).