Natuurbeschermingswet 1998 (vergunning)

Wanneer u activiteiten of projecten wilt ondernemen in of vlakbij een natuurmonument en/of een Natura 2000-gebied, kan het zijn dat u een vergunning Natuurbeschermingswet 1998 moet aanvragen. Met het verlenen van deze vergunning wil de provincie Groningen voorkomen dat de natuurlijke waarden van het gebied worden aangetast.

Plaats

Bij het handhaven van de Natuurbeschermingswet kijkt de provincie naar wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn voor het beschermde natuurgebied tijdens activiteiten en projecten. De plaats van handeling speelt daarbij geen rol. Activiteiten kunnen plaatsvinden zowel binnen, als buiten het beschermde natuurgebied. Dat geldt voor nieuwe projecten en handelingen, maar ook voor wijzigingen van al bestaande projecten in en buiten deze gebieden.

Vooroverleg

Voordat u een vergunningaanvraag indient, is eerst een vooroverleg met de provincie nodig. Op basis daarvan bepaalt de provincie of u voor uw activiteit inderdaad een vergunning nodig heeft, en zo ja: aan welke voorwaarden de vergunningaanvraag moet voldoen.

Aanvragen vergunning

Er zijn twee soorten aanvraagformulieren voor de vergunning Natuurbeschermingswet 1998:

  • Een aanvraagformulier art. 16 (beschermde natuurmonumenten)
  • Een aanvraagformulier art. 19d (Natura 2000-gebieden)

Welk formulier op uw aanvraag van toepassing is, hangt af van het beschermde gebied.

Na ontvangst van de vergunningaanvraag oordeelt de provincie of de aangeleverde informatie voldoende inzicht biedt in wat de mogelijke effecten voor het natuurgebied kunnen zijn. Ook maakt ze dan bekend welke procedure u moet volgen (zie hieronder).

Procedure vergunningverlening

Naast de procedure volgensde Natuurbeschermingswet 1998, kan de provincie er ook voor kiezen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Algemene Wet Bestuursrecht, artikel3.4 ) toe te passen. Het soort project is bepalend voor welke procedure de provincie kiest. De procedure van de Natuurbeschermingswet duurt dertien weken met een mogelijke verlenging van nog eens maximaal dertien weken. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure neemt maximaal 26 weken in beslag.

Bezwaren en zienswijzen

Op deze website en in de regionale dagbladen kunt u teruglezen hoe de provincie uw aanvraag beoordeeld heeft. Afhankelijk van de procedure die de provincie gevolgd heeft, die van de Natuurbeschermingswet 1998 of die van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure , kunt u schriftelijk een bezwaar of een zienswijze indienen. Soms kan dat ook mondeling. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Beroep

Tegen het definitieve besluit van de provincie kunt u in beroep gaan bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te ‘s-Gravenhage.

Omgevingsvergunning

Vanaf 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) van kracht. Deze wet vormt de basis voor de omgevingsvergunning. De Natuurbeschermingswetvergunning sluit aan bij de omgevingsvergunning. Als voor de activiteit waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd ook een Natuurbeschermingswetvergunning nodig is, dan moeten beide vergunningaanvragen samenlopen. Voor activiteiten waarvoor al een vergunning Natuurbeschermingswet is verleend of aangevraagd, geldt het aanhaken niet. Een Natuurbeschermingswetvergunning kan ook zelfstandig worden aangevraagd, als dat maar voorafgaand aan de aanvraag voor de omgevingsvergunning gebeurt.

Downloads