Waddenzee en Noorzeekustzone

Een overzicht van de Natura 2000-waarden

De Waddenzee en de Noorzeekustzone zijn zowel Habitatrichtlijn- als Vogelrichtlijngebied en zijn als Natura 2000-gebied aangewezen vanwege:

  • De aanwezigheid van permanent met zeewater van geringe diepte overstroomde zandbanken, bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten, eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met zeekraal en andere zoutminnende soorten, schorren met slijkgrasvegetatie, Atlantische schorren, embryonale wandelende duinen, wandelende duinen op de strandwal met helmgras (witte duinen), vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (grijze duinen), duinen met duindoorn, en vochtige duinvalleien.
  • De aanwezigheid van de volgende diersoorten: de nauwe korfslak, zeeprik, rivierprik, fint, grijze zeehond en gewone zeehond.
  • De geschiktheid als broedgebied voor dertien soorten vogels: de lepelaar, eider, bruine kiekendief, blauwe kiekendief, kluut, bontbekplevier, strandplevier, kleine mantelmeeuw, grote stern, visdief, noordse stern, dwergstern en velduil.
  • De geschiktheid als rust- en foerageergebied voor 39 soorten vogels: de fuut, aalscholver, lepelaar, kleine zwaan, toendrarietgans, grauwe gans, brandgans, rotgans, bergeend, smient, krakeend, wintertaling, wilde eend, pijlstaart, slobeend, topper, eider, brilduiker, middelste zaagbek, grote zaagbek, slechtvalk, scholekster, kluut, bontbekplevier, goudplevier, zilverplevier, kievit, kanoet, drieteenstrandloper, krombekstrandloper, bonte strandloper, grutto, rosse grutto, wulp, zwarte ruiter, tureluur, groenpootruiter, steenloper en zwarte stern.

Om deze soorten in stand te houden is het nodig dat we de omvang en kwaliteit van het leefgebied minimaal in stand houden en voor sommige soorten in kwaliteit verbeteren en/of vergroten.