Nieuwe uitspraken van de RvS

De Raad van State heeft eind november 2011 opnieuw twee uitspraken gedaan die te maken hebben met de bouw van de RWE-centrale. Enkele milieuorganisaties waaronder Greenpeace en de stichting Natuur & Milieu hadden een zaak aangespannen tegen twee vergunningen die de provincie had afgegeven aan RWE:

  • Gedoogvergunning, door ons verleend op 23 september 2011
  • Milieuvergunning, door ons verleend in 2007

In beide gevallen heeft de Raad van State het bezwaar van de milieuorganisaties afgewezen.

Gedoogvergunning

Volgens de milieuorganisties had de provincie de gedoogvergunning niet mogen afgeven, omdat zij denken dat RWE straks geen nieuwe vergunning kan krijgen die in lijn is met de Natuurbeschermingswet. Wij hebben die gedoogvergunning in september 2011 verleend, omdat we denken dat de nieuwe vergunning straks wél kan voldoen aan de Natuurbeschermingswet. RWE kan dan tot de nieuwe vergunningaanvraag, die het bedrijf waarschijnlijk in maart 2012 bij ons zal indienen, in ieder geval voorlopig verder bouwen aan de centrale.  Het bezwaar dat de milieuorganisaties tegen de gedoogvergunning hadden ingesteld is op woensdag 23 november 2011 door de Raad van State verworpen.

Milieuvergunning

De milieuvergunning had nooit verleend mogen worden, aldus de milieuorganisaties. Ze vinden dat de provincie in de vergunning strengere eisen had moeten stellen aan de uitstoot van zwaveldioxide en stikstofoxide. Greenpeace en Natuur & Milieu zijn bang dat in Nederland de nationale emissieplafonds, vastgesteld door de landen van de Europese Unie om de uitstoot van vervuilende stoffen te beperken, worden overschreden. Op woensdag 30 november 2011 oordeelde de Raad van State dat wij destijds terecht de milieuvergunning hadden verleend. Volgens de hoogste bestuursrechter hoefde de provincie bij het afgeven van de milieuvergunning geen rekening te houden met de nationale emissieplafonds. De milieuvoorschriften in de vergunning waren bovendien streng genoeg.